Verbluffende Vreeswijk-vertolkingen op Thuishavensamba

door Michel van Dijk

Het was een bijzondere gebeurtenis, het Cornelis Vreeswijk-gala 2012 in de Stadsschouwburg Velsen, ter gelegenheid van zijn 25e sterfjaar. Omdat financiering ontbrak voor een documentaire, en omroepen geen interesse toonden, bleef de muziek- en filmregistratie van dat gala daarna zes jaar op de plank liggen. Maar vergeten werd het nooit. Nu is het dan toch zover gekomen: eind 2018 is de cd-dvd-registratie Thuishavensamba van het Cornelis Vreeswijk-Gala 2012 verschenen, dankzij financiële steun van het Cornelis Vreeswijk Genootschap. Laurens Joensen en Murk-Jaep van der Schaaf, als respectievelijk organisator van het Gala en documentairemaker verantwoordelijk voor deze bijzondere muziekproductie, vertellen over hun liefde voor Vreeswijk en de muziek.

 

Als een oom, als een vriend, zo voelt Cornelis Vreeswijk voor Laurens Joensen, muzikaal leider, gitarist, producer én organisator van het Cornelis Vreeswijk-Gala 2012. Dat vond 12 november 2012, ruim zes jaar geleden, plaats ter gelegenheid van de 25e sterfjaar van Cornelis.

Dat Cornelis zoveel voor Joensen betekent, is wel te begrijpen als je iets van zijn familiegeschiedenis weet. Zijn vader, afkomstig van de Faeröer-eilanden, was net als hij gitarist. Ooit was hij een weekend lang muzikaal manager van Vreeswijk tijdens diens tournee over de eilanden. ‘Mijn moeder, afkomstig van Terneuzen, was er ook. Mijn ouders vonden het leuk om Vreeswijk niet te verklappen dat zij net als hij uit Nederland kwam. Toen Cornelis na een van zijn optredens een beetje dronken was, en met zijn handen begon te eten, zei ze: “Keesje, doe eens rustig, jongen.” “Je komt uit Nederland, wat leuk!”, reageerde hij. Hij was daar zo opgetogen over, dat hij plotseling met een landgenoot aan tafel zat, dat hij haar spontaan op schoot trok. Waarop mijn vader zei: “Cornelis, you can have any woman in this room, except her. That one is mine.” De volgende dag droeg Vreeswijk het lied Veronica op aan mijn moeder. Hoe persoonlijk wil je het hebben?”

Cornelis is daarna nooit meer uit zijn leven weggegaan. ‘Mijn ouders hadden die beroemde lp van hem: Liedjes voor de Pijpendraaier en mijn Zoetelief, met daarop liedjes als Jantjes Blues, Epistel 81 en De Haan en de Hen. Die werd bij ons thuis in Terneuzen, waar ik vandaan kom, veel gedraaid. Als 11-jarig ventje had ik net drie akkoorden geleerd op mijn gitaar. De Haan en de Hen was een van de eerste liedjes die ik speelde voor mensen. Ik vond dat zo’n grappig liedje, al had ik geen idee waar het over ging. Maar ik merkte dat mensen erom moesten lachen. Ik wist niet waarom, maar ik dacht: hé, dit is leuk, dit werkt!’

 

Veelvraat aan stijlen

De liefde voor Vreeswijk is bij Joensen altijd gebleven. ‘Ik heb altijd veel gevoel gehad bij Cornelis,’ legt hij uit. ‘We zijn allebei een kind van twee culturen. Ik ben half Nederlands-half Scandinavisch, net als hij. Vreeswijk sprak Zweeds, ik spreek Faeröers, een soort oud-Noors. Ik kan me ook wel verstaanbaar maken in het Zweeds. Maar het is vooral zijn muziek die me aanspreekt. Dat tijdloze, dat literaire. Vreeswijk was een troubadour, hij zong over liefde, leed en dood, over personages aan de zelfkant van de samenleving. Zijn liedjes zijn een soort oral history. Ik vind het belangrijk dat je als muzikant midden in de maatschappij staat, dat jouw liedjes een spiegel zijn van de tijd waarin je leeft. Zo sta ik zelf muzikaal in het leven, en Vreeswijk ook.’

Het was daarom een gouden greep van de Stadsschouwburg Velsen om Joensen uit te nodigen als artistiek leider voor het Cornelis Vreeswijk-Gala 2012. ‘Dat was heel leuk. Ik kreeg een budget, en een medewerker van de schouwburg, Brigit Schoonderwoerd, die me met de productie hielp. Zij heeft me veel werk uit handen genomen, daar ben ik haar nog steeds erkentelijk voor.’

Joensen wist meteen hoe het programma eruit moest zien. ‘Ik wilde de hoge inhoudelijke kwaliteit van het werk van Vreeswijk benadrukken. De man was een veelvraat aan stijlen. Het gaat van Zweedse folk naar blues, naar Braziliaanse samba, naar jazz, naar de liederen van Carl Michael Bellman, naar zijn vertolkingen van Jim Croce. Vreeswijk was een echte omnivoor. Ik vond het cool om dat te laten horen. Al die verhalen over zijn gedoe met vrouwen, drank, schandalen, zijn problemen met de Zweedse overheid, dat vind ik totaal niet interessant. Ik wilde zijn werk belichten, vanuit een puur muzikaal perspectief. Het gaat mij om de liedjes. Het was fijn dat we daar tijdens het Vreeswijk-Gala alle nadruk op konden leggen.’

 

DreamTeam van muzikanten

Joensen kreeg alle vrijheid om een DreamTeam van muzikanten samen te stellen dat hem daarbij kon helpen. ‘Dat werd een gastenlijst van mijn lievelingsmuzikanten. Die heb ik allemaal uitgenodigd. Cornelis hield van Braziliaanse muziek, dus ik vroeg Fernando Lameirinhas, de Portugees-Nederlandse zanger, voor de samba’s. Ik nodigde Janos Koolen en Fay Lovsky uit, briljante multi-instrumentalisten, waarmee ik veel americana speel, één van mijn grote muzikale liefdes. Vreeswijk hield daar ook van, net als zijn zoon Jack. Het was fijn dat Jack erbij kon zijn, net als Tonny, de zus van Cornelis. Zij zong twee heerlijke liedjes.’

En dan natuurlijk Maarten van Roozendaal. ‘Dat is een van mijn helden. Ik volgde hem al jaren. Hij wilde meteen meedoen toen ik hem vroeg. Ik wist dat Van Roozendaal een Vreeswijk-fan was. Ik denk dat hij veel in hem herkende. Van Roozendaal was net zo’n stijlenmonster als Vreeswijk. In een van de interviews op de dvd zegt hij: “Vreeswijk was de eerste.” Hij bedoelde daarmee dat Vreeswijk de eerste was in de Nederlandse liedcultuur die zoveel verschillende muzikale registers kon bespelen. Van Roozendaal deed dat zelf ook.’

Van tevoren had Joensen bedacht wat de sfeer van ieder lied moest zijn. Dat besprak hij vervolgens met de muzikanten. ‘Het toffe is dat je met zulke getalenteerde musici alle kanten op kunt. Je moet ze daarvoor wel de ruimte geven. Dus niet van tevoren alles arrangeren en uitschrijven, maar kijken waar ze spontaan mee komen. Dat is een jazz-achtige manier van werken die me bevalt. En het resultaat is er naar. Neem Frederik Åkare’s Morgenpsalm, dat heeft een Tom Waits feel gekregen. Ik speel getokkelde banjo, wat Tom Waits ook vaak doet, dan de spookachtige elektrische gitaar van Janos, de zingende zaag van Fay, Henrik Holm, een echte Zweed, op de contrabas, en de geniale Amerikaanse percussionist Michael Vatcher, die letterlijk twijgen in zijn handen had. Iedere muzikant gaf aan dat lied een prachtige eigen vertolking.’

 

Dubbel eerbetoon

En dan Maarten’s fenomenale vertolking van dat lied. ‘Wat verbijsterend aan hem was, was dat hij altijd ‘aan’ stond. Of het nou bij repetities was of bij optredens, Maarten loopt het podium op, en er gaat bij hem een knop om. Iedere muzikant heeft wel eens een mindere dag. Dat had Maarten niet, het was bij hem altijd 100 procent. Dat is magie. De lucht werd dik van concentratie als hij zong, als luisteraar zit je dan op het puntje van je stoel. Maarten was toen al ziek, al wist vrijwel niemand dat. Een jaar later, in 2013, zou hij overlijden. In zekere zin bezong hij in Frederik Åkare’s Morgenpsalm zijn eigen naderende dood. De cd/dvd-Thuishavensamba is ook aan hem opgedragen. Ik heb zijn vrouw gebeld om haar te vertellen dat dit eraan komt. Ze vindt dat een mooie gedachte.’

Joensen kijkt terug op een fantastisch gala. ‘Het was uitverkocht, de samenwerking met de schouwburg Velsen was voorbeeldig, het was fantastisch teamwork, mijn eigen vrouw was floormanager. Daan Colijn, een bevriende regisseur, heeft alles in één dag strak gezet. Het stond als een huis. Het is een van de mooiste dingen die ik ooit heb gemaakt. Dat heeft te maken met onvergankelijkheid. De muzikant is er niet meer, maar zijn werk leeft voort en wordt in ere gehouden. Dat deel je met elkaar. Er stonden drie generaties geweldige muzikanten op dat podium, en ze wilden allemaal graag meedoen, omdat ze de kwaliteit van het werk herkenden. We hebben er samen een bijzonder eerbetoon van gemaakt. Achteraf gezien zelfs een dubbel eerbetoon. Niet alleen aan Cornelis, maar ook aan Maarten.’

 

Geen interesse bij de omroepen

Van het gala zijn bijzondere geluids- en filmopnames gemaakt. Joensen: ‘Ik vond dit zo’n unieke gebeurtenis dat ik een goede vriend van me, Murk-Jaep van der Schaaf, regisseur en documentairemaker, had gevraagd om alles vast te leggen. We wilden er een full-blown documentaire van maken, met de gala-registratie als kern, maar ook met interviews en archiefmateriaal van Vreeswijk. Een beetje vergelijkbaar met de Vreeswijk-documentaire van Han Peekel die afgelopen najaar op televisie is uitgezonden, maar dan met meer accent op de muziek. Ik kende Murk van een documentaire die hij bij mijn solo-cd  Efterklang had gemaakt. Dat klikte zo goed, dat ik hem hierbij graag wilde betrekken.’

Het materiaal werd geschoten, maar vervolgens bleef het zes jaar op de plank liggen. Joensen: ‘We hebben het gepitcht bij alle omroepen, maar niemand had interesse. Daarnaast wilden we Zweeds filmarchiefmateriaal over Vreeswijk gebruiken, maar dat bleek zo duur, dat was onbetaalbaar. En zonder geld vanuit fondsen kom je niet ver. Ondertussen gingen onze levens verder, andere projecten kwamen langs, we moesten ons geld verdienen. Plotseling ben je dan zes jaar verder.’

Toch hield Joensen altijd stille hoop dat het er nog een keer van zou komen. ‘Het mooie is dat als je iets opneemt, dat het er dan ís. Ik heb ook bij elke bijeenkomst van het Vreeswijk Genootschap – de laatste keer bij het Vreeswijk-gala 2017 in Lisse, 8 oktober 2017 – mijn wens geuit: “Jongens, we hebben uniek materiaal, laten we er iets mee doen.”

 

Bellman-CD

Daar is door het Genootschap goed naar geluisterd. En er deed zich een unieke kans voor. Want ondertussen was de Bellman cd uitgekomen. ‘Ik vond die zó mooi, volkomen terecht dat die goed is verkocht. Jurjen Oostenveld, bestuurslid van het Genootschap, stelde vervolgens voor om met de opbrengsten daarvan een cd-dvd registratie van het Gala te financieren. Ik vond dat een briljant idee. Op die manier houd je de muziek van Vreeswijk levend.’

En het is gelukt. ‘Het is een prachtig product geworden, en de titel is al even mooi: Thuishavensamba. Ik heb alle audio gedaan, Jasper Koekoek heeft alles gemixt, het is gemasterd, waardoor het geluid supermooi is geworden. Murk heeft het filmmateriaal teruggebracht tot prachtige hoofdstukken, met de live-registratie van acht liedjes, en interviews met onder meer Jack en Tonny Vreeswijk, Maarten van Roozendaal en mijzelf. Henrik Holm heeft gezorgd voor de Zweedse vertalingen van de liedjes, want we hopen zeker ook de Zweedse markt te bereiken. Ik ben het Vreeswijk Genootschap erkentelijk voor deze geweldige steun in de rug. De presentatie van Thuishavensamba staat gepland in de Stadsschouwburg Velsen, op 16 februari. Daarmee is de cirkel rond. Iedereen is van harte welkom.’

 

 

Murk-Jaep van der Schaaf

‘Laurens belde me tijdens de repetities van het Vreeswijk-Gala. Hij zei: “Volgens mij wordt dit zo tof dat ik het graag gefilmd wil hebben. Heb je tijd komend weekend?” Dat had ik wel, maar ik moest het ook overleggen met mijn vaste camera- en geluidsman Roel van ’t Hoff en Wouter Tjaden. Ik moest hen overhalen om dit in hun vrije tijd te doen, want er was geen budget.’

‘Gelukkig deden ze graag mee. Toen stonden we ineens op een zaterdagmiddag op de stoep bij de Stadschouwburg Velsen. We hebben een dag gefilmd bij de repetities, we hebben interviews gedaan, en we hebben het concert vastgelegd op film. Het was alsof we in een snelkookpan aan het werk waren, want het moest allemaal onder grote tijdsdruk.’

‘We deden het puur op gevoel, er was geen plan, we zijn gewoon met de flow gegaan. Pas toen ik thuis kwam en het materiaal bekeek, zag ik hoe geweldig goed het was. De interviews waren warm en intiem, het concert was fantastisch, de zaal zat stampvol. Ik dacht meteen: Wat mooi dat dit is vastgelegd, maar wat nu?’

‘We hebben redelijk out of the blue gefilmd. Zoveel concertregistratie-ervaring hadden we niet, maar we hebben zo effectief mogelijk gedraaid. Jammer genoeg zaten er nummers bij die qua filmkwaliteit minder goed uit de verf kwamen, dus die konden we niet gebruiken, maar van de interviews is zeker zo’n 75 procent terug te zien op de DVD. Ik kijk bijvoorbeeld met veel plezier terug op het interview met Tonny Vreeswijk. Dat is nog steeds een van de fijnste interviews die ik de afgelopen tien jaar heb gehad. We hadden zo’n goede klik, alles wat ze zei was raak. Dat staat allemaal op de dvd, prachtig.’

‘Ik vond het ook mooi dat Maarten van Roozendaal zich zo intiem liet filmen. Bij dat laatste shot van de dvd – als hij tijdens de repetitie Marjolein zingt – zitten we met de camera slechts tien centimeter van zijn gezicht vandaan. Dat vond hij goed. Ik ben blij dat we hem hiermee kunnen eren. Op een manier die niet de nagedachtenis van Cornelis overschaduwt. Het is een portret geworden van twee brothers in arms. De dingen die Van Roozendaal in de interviews over Cornelis vertelt, gaan achteraf ook over hemzelf. Bijzonder dat we dat hebben mogen vastleggen.’

De cd-dvd Thuishavensamba is te bestellen via de website van het Cornelis Vreeswijk Genootschap.

Foto’s/Video-stills: Ton Hoelaars/van der Schaaf film.