Violeta Parra – Moeder van het nieuwe Chileense lied

Sinds enkele weken is in de bioscoopzalen van Nederland de film Violeta went to heaven te zien. De film is een biografische prent over het artistieke en amoureuze leven van Violeta Parra. Zij geldt als de voornaamste figuur van het ‘Nueva canción Chilena’, zeg maar de Chileense folkrevival in de zestiger jaren. Het in roulatie brengen van de film lijkt ons een goede aanleiding om aan deze historische muzikante aandacht te schenken.

Een geboren zangeres

Het meisje Violeta del Carmen Parra Sandoval, op 4 oktober 1917 geboren in een arme familie in het zuiden van Chili, kreeg de liefde voor het zingen van kindsbeen af mee. Vader kende de Chileense folklore en moeder hield van de liederen die sinds eeuwen de dagelijkse dingen des levens begeleidden. Maar het meeste stak Violeta op van de gezusters Aguillera, die traditionele liederen zongen. Er was weinig te eten in het gezin en nauwelijks tien jaar oud trok ze met broertjes en zusjes eens de straat op om te zingen, wat hen wat eten en fruit opbracht. Enkele jaren later vormde zij met haar zus Hilda een duo dat de succesliederen van toen ging zingen in restaurants in de randstad van Santiago. Het is op zulke optredens dat ze haar eerste man, Luis Alfonso Cereda Arenas, ontmoette. Zij was negentien, hij achttien. Hij ging vaak naar haar luisteren, want hij hield van haar en van de populaire liederen die ze zong. Omwille van zijn hoed noemde ze hem ‘Sombrero Verde’. Hij was machinist bij de spoorwegen en ook militant communist, zowel bij de partij als bij de vakbond. Deze politieke ingesteldheid heeft de liefde van Violeta voor deze man zeker aangewakkerd. Zij heeft immers de onrechtvaardige verdeling van goederen onder de mensen, die ze als kind aan den lijve had ondervonden, steeds bestreden. Haar latere eigen liederenrepertoire liegt er niet om. Door toedoen van Pablo Neruda, toenmalig consul, hadden enkele duizenden Spanjaarden uit de concentratiekampen een nieuw thuisland gevonden in Chili. En met de mensen kwamen ook de populaire liederen uit Spanje mee. De radio speelde alsmaar meer van deze liederen en Violeta, die met bijzonder gemak deze melodieën kon nazingen, zong nu ook dat Spaanse repertoire. Op een dag won ze, onder de naam Violeta de Mai, een door de Spanjaarden opgezette zangwedstrijd als beste vertolkster van Spaanse liederen.

Violeta de Mai werd Violeta Parra

Na het ontdekken van de flamenco, waar de Spaanse zigeunerziel in doorklinkt, wist ze dat de liederen die zij zong geen authentieke Spaanse muziek was, net als de liederen die ze met zus Hilda zong niet uit de buik en uit het hart van het Chileense volk kwamen. Violeta had duidelijk een andere muzikale smaak dan haar man die vooral gek was op liederen als Barillito de cerveza, oorspronkelijk een Beierse polka. Violeta zocht steeds meer naar authenticiteit. De liefde doofde uit, ook omwille van de ‘cerveza’ die Luis niet alleen zong maar ook te vaak dronk. Zij had twee kinderen van hem, een dochter Isabel, geboren in 1939 en een zoon Ángel, geboren in 1943. Het familiecocon was niets voor haar, zij verlangde naar vrijheid en in 1948 verliet ze haar man. Ze verliet enkele jaren later ook het zangduo. Haar zus Hilda ging verder met het zingen van commerciële nummers. Violeta wilde liederen van het volk zingen, de échte Chileense liederen. Zo roeide ze op tegen de stroming van stroperige commerciële muziek die uit Spanje en Amerika kwam en die opgeld maakte in haar land. “Violeta de Mai zoekt haar eigen weg. Zij zoekt Violeta Parra”, schreef haar zoon in 2006 in een boek over zijn beroemde moeder. Samen met haar twee kinderen trok ze Chili rond, op zoek naar authentieke liederen en dansen. Het bewaren en verspreiden van de volkskunst zou het arme volk zijn waardigheid teruggeven. Het zou ook een politiek wapen zijn in de volksstrijd voor rechtvaardigheid. Zo leerden Isabel en Ángel van kindsbeen af het Chileense lied kennen en zijn zij op deze weg verder gegaan. Ook vandaag nog zijn zij beiden waardige vertegenwoordigers van het betere Chileense lied. Maar ondanks haar drang naar vrijheid werd Violeta opnieuw verliefd. Zij huwde Luis Arce, een verwende zoon van een weduwe waarmee Violeta vriendschap had gesloten. Zij kreeg twee dochters van hem, Carmen Luisa in 1949 en Rosita Clara in 1952. Dank zij deze relatie zou zij een vrouw ontmoeten die een belangrijke rol heeft gespeeld in haar zoektocht naar Chileense liederen. De grootmoeder van Luis Arce, die Pelusita werd genoemd, was geboren en getogen in een klein dorp waar de tradities intact gebleven waren. Deze oude eerbiedwaardige vrouw zou voor Violeta één van de zuiverste en overvloedige bronnen zijn. Aan haar kennis zou Violeta haar dorst naar het landelijk erfgoed kunnen laven. Bij het doopselfeest voor Carmen Luisa nam Pelusita de gitaar over van Violeta en zong een vrij dubbelzinnig volksliedje. Er ontstond meteen een band van verstandhouding tussen Pelusita en Violeta en enkele dagen later trok Violeta met haar kinderen naar Pelusita’s dorp. Ze vond er vrij overvloedig waar ze al een hele tijd naar op zoek was. Vanaf 1950 was de drang naar authentieke Chileense liederen en tradities niet meer te stuiten bij Violeta. Ze verzamelde honderden flarden van liedjes, een stuk tekst alhier, een stuk melodie aldaar. Zelden herinnerden de ouderen zich nog volledige liederen. Maar vertrekkend van deze oogst componeerde Violeta meerdere liederen die tot het Chileense erfgoed zijn gaan behoren. Dé Violeta Parra was geboren. Zo zong Pelusita haar enkele strofen voor van een lied dat ze van haar moeder leerde en dat in de vorige eeuw op feesten werd gezongen: Qué pena siente el alma (welk een smart in onze ziel). Dit lied is haar paspoort geworden, zowel in eigen land als in de wereld en vandaag de dag wordt het nog gezongen door de kinderen op school. In zijn boek schrijft Ángel: “Zij had de gave om van een afzonderlijke strofe, van een fractie van een melodie een lang gedicht te componeren. Zij was niet enkel compileerster, maar ook verwekster, vroedvrouw en moeder van tal van liederen die als traditionals worden beschouwd. Gerechtigheid, mijnheer, gerechtigheid!”

Van Chili naar Europa

Sti!laan kreeg Violeta erkenning voor haar werk. Ze werd uitgenodigd op universiteiten om er te spreken over haar opzoekingen en om er te zingen. In 1954 verzorgt ze op de nationale radiozender een programma ‘Canta Violeta Parra’. Het jaar daarop trekt ze met haar Chileense bagage naar Europa waar ze uitgenodigd is op het Wereldfestival van de jeugd en de studenten in Warschau. In Parijs verneemt ze dat haar jongste kind gestorven is. En ook haar liefde voor Luis Arce sterft stilaan. Haar man wordt weer moeders zoon en haar kunst blijft haar grote passie. In Parijs neemt ze een eerste lp op voor het label Le Chant du Monde. Ook in Londen maakt ze opnames. Wanneer ze anderhalf jaar later terugkeert in Chili richt zij bij de universiteit van Concepción een museum op van Volkskunst en Folklore. Ze publiceert een boek waarin de vruchten van haar opzoekingswerk verzameld zijn: Cantos folkloricos chilenos. Geveld door ziekte begint zij ook te schilderen en tapijten (arpilleras) te borduren. Daarmee kreeg zij ook naam als beeldende kunstenares. In 1964 werd haar werk tentoongesteld in een paviljoen van het Louvre te Parijs. In 1962 trok zij, samen met Ángel, Isabel en haar dochter Tita naar Europa waar ze in Helsinki het Wereldfestival van de Jeugd en de studenten bijwoonden. Daarna volgden optredens in de Sovjetunie, Polen en Italië. Uiteindelijk gaan de wegen van moeder en kinderen uit elkaar. Broer en zus Parra trokken naar Parijs waar zij geëngageerd werden om te zingen in het cabaret La Candelaria in het Quartier Latin. Na enige tijd ontdekten ze dat ook hun moeder in Parijs optrad. Terug in Chili richtten Ángel en Isabel een eerste Peña op, een ontmoetingsplaats en zangtent waar jonge artiesten en zangers elkaar ontmoetten. Vanuit deze Peña zouden artiesten ontstaan als Victor Jara, Quilapayun, Inti-Illimani en anderen. Er ontstonden ook elders Peña’s die erg belangrijk geworden zijn voor de verdere ontwikkeling van het lied in gans Latijns-Amerika en voor de rol van het lied in de bevrijdingsstrijd van het volk.

Nog een passionele liefde en Las Ultimas composiciones de Violeta Parra

Precies op haar verjaardag in 1960 ontmoette zij voor het eerst Gilbert Favre, een jonge Zwitser die voor antropologisch onderzoek in Latijns-Amerika terecht was gekomen. Na onenigheid met de onderzoeksleider ging hij zijn eigen weg op het continent. Nadat hij vernomen had dat Violeta Parra onderzoek deed naar de muziek van het volk ging hij haar opzoeken. Violeta werd vurig verliefd op deze negentien jaar jongere man. In Latijns-Amerika leerde Favre op virtuoze wijze de ‘quena’, een typische fluit uit de Andes, bespelen. Later zou hij in Bolivië de volksmuziekgroep Los Jairas oprichten. Vijf jaar heeft deze passionele liefde, met vallen en opstaan, stand gehouden. Zij woonde een paar jaar met Favre in Genève van waaruit ze in Frankrijk en Zwitserland optrad. Ze trok nadien met hem naar Bolivië vanwaar ze muzikanten meebracht naar Santiago om in haar eigen zangtent op te treden. Zij had in 1965 een braakliggend stuk grond in de wijk La Reina toegewezen gekregen om een eigen zangtent op te richten. In deze ‘La Carpa de La Reina’ kregen ook veel jonge muzikanten een kans. Een lp El Carpa de La Reina werd opgenomen, met zowel Violeta zelf als de jonge zangers die er optraden. Voor Violeta lijkt het een wetmatigheid dat liefdes worden geboren, een tijd leven en dan sterven. Aan de relatie met Favre kwam ook een einde, maar deze breuk heeft ze niet kunnen verwerken.

Op 5 februari 1967 schiet ze zich in haar Carpa een kogel door het hoofd. Hoe kan je dit verklaren van een vrouw die enkele maanden eerder haar beroemdste lied zong op de lp Las Ultimas composiciones de Violeta Parra. Was het woord ‘ultiem’ een verwijzing naar wat komen ging? In haar lied Gracias a la vida zong ze “Dank aan het leven dat me zoveel heeft gegeven”. Velen hebben het haar nagezongen: Mercedes Sosa, Joan Baez, Placido Domingo, Yasmin Levy, om er maar enkele te noemen. Toen het bericht van haar dood bekend werd, was de toeloop naar La Carpa overweldigend. De zangeres die eerst genegeerd werd, nadien erkend, werd tenslotte gewaardeerd en bewonderd, behalve door de uiterst rechtse vijanden van het volk natuurlijk. De grote Argentijnse dichter en zanger Atahualpa Yupanqui schreef, nadat hij haar dood had vernomen: “Violeta had veelkleurige vogels in haar hoofd. Om ze te bevrijden heeft ze een gaatje geboord, maar ze schoot er ook haar leven bij in.”

Een boek en een film

Wie Violeta Parra beter wil kennen kan natuurlijk naar haar liederen luisteren. Er zijn cd’s te vinden, zowel van haar zelf als van anderen die haar liederen zingen, ondermeer haar eigen kinderen Isabel en Ángel. Deze laatste schreef in 2006 een boek Violeta se fue a los cielos. Dat boek vormde een belangrijke basis voor het scenario van de gelijknamige film van regisseur Andrés Wood die vorig jaar werd uitgebracht en nu bij ons te zien is.

 

 

                                                                                                                                                                                                                

Kort voor het verschijnen van de film in Frankrijk verscheen in oktober 2011 van het boek van Ángel een Franse vertaling Violeta Parra Ma Mère bij de uitgeverij Écriture. De dvd van de film zal in november in de winkelrekken liggen.

Violeta Parra blijft een onvergetelijke zangeres.