Wannes Van de Velde – Groot Liedboek

Wannes boek Bijna vijf jaar na zijn overlijden op 10 november 2008, is in De Roma in Borgerhout het boek ‘Wannes Van de Velde Groot Liedboek’ voorgesteld. Hoe kan het anders dan dat daarbij ook een huldeconcert aan de grote meester werd gebracht.

Het concert.

Gedurende tweemaal een uur konden de honderden aanwezigen in de bomvolle zaal een keuze beluisteren uit de schat aan liederen die Wannes Van de Velde gezongen heeft. De vertolkers waren allen artiesten die vaak met Wannes hebben opgetreden: Marc Hauman, de groep Water en Wijn, Jan De Smet , Koen De Cauter en Bernard Van Lent, jarenlang Wannes’ accordeonist. Eén nieuweling was erbij: Hans Mortelmans. Maar die wordt nu algemeen erkend als een opvolger van Van de Velde en hoorde dus perfect thuis op deze avond. Tussendoor werden deze mensen geïnterviewd over hun herinneringen aan Wannes en zijn liederen. Interviewster en presentatrice van dienst was ex-radio1 medewerkster Elke Vandersypen. Dree Peremans, de drijvende kracht bij het tot stand komen van het boek, werd uiteraard ook geïnterviewd. Marc Hauman bewees nog maar eens hoe bijzonder sterk hij kan zingen. Hij opende met Jef heeft me een sjiek gerefuseerd. Ook Ik sta al jaren in de regen klonk meesterlijk. Koen de Cauter zong ondermeer Café Breugel en De flamingant ne me traîtez, het antwoord van Wannes aan het hatelijke lied Les F… van Brel uit 1977. Hans Mortelmans bewees met zijn vertolking van De kleuren van de steden dat hij het oeuvre van Wannes bijzonder goed kan vertolken. Alle drie samen zongen ze het chanson van Brassens dat Wannes op scène zong maar helaas nooit op lp of cd zette. De strofen van Le mauvais sujet repenti werden achtereenvolgens zowel in het Frans als in het Antwerps gezongen. Het chanson was lang geleden door Tony Peelman vertaald als Ze deed de straat en door Wannes licht naar het Antwerps aangepast. Jan De Smet van zijn kant zong een Engelse vertaling van Dublin Bay uit Wannes’ laatste cd en het lied Beverlo uit het theaterstuk ‘Mistero Buffo’. De destijds door Wannes geleide zanggroep ‘Water en Wijn’ mocht uiteraard niet ontbreken. Het leuke Jubilee in ’t Sint-Andries was één van hun prachtige vertolkingen.

Het boek.

Uitgeverij Van Halewyck zorgde voor een bijzonder mooie uitgave, de grote meester Wannes waardig. Het is een grootformaat boek geworden met harde kaft, een turf van 5,5 cm dik die 616 pagina’s telt. Het bevat zowel partituur als tekst van 248 liederen die ooit door Wannes op plaat of cd zijn gezet. Het is samengesteld door Dree Peremans met medewerking van Marc Hauman en van Bernard Van Lent. Wie zin heeft om deze liederenschat zelf te zingen kan aan de slag. Bij de samenstelling werd de volgorde van de lp’s en cd’s van Wannes gevolgd. Dat leverde 183 verschillende liederen op, zowel traditionele die Wannes in zijn stijl nieuw leven had ingeblazen als door hemzelf geschreven liederen. Daarna volgen nog 50 liederen uit verschillende programma’s en initiatieven waaraan Wannes zijn medewerking verleende. Uiteraard ontbreken liederen uit de onvergetelijke theaterproductie ‘Mistero Buffo’ niet. Ook niet de liederen die Wannes zong met de groep Water en Wijn en in de VRT producties Islandsuite, Het Zwarte Goud en Vive le Geus. Verder nog liederen die hij opnam voor de cd’s De Liedboeken (Jan Frans Willems en Edmond De Coussemaker) en voor de achtdelige box Traditionele muziek uit Vlaanderen. Tenslotte zijn er nog 15 onuitgegeven nummers in het boek opgenomen. Dree Peremans schreef een inleiding waarin hij vooral de kindertijd en de jeugd van Wannes beschrijft. Ook de legerdienst die hem levenslang deed walgen van uniformen en wapens en hoe hij van flamencogitarist naar volkszanger evolueerde zijn beschreven. Het verhaal stopt bij zijn derde lp. Is dit een aanhef voor een complete biografie van Wannes? Verder is het boek bijzonder gedocumenteerd. Er is een beschrijving van de verschillende werken waaruit traditionele liederen in het boek staan opgeschreven en op het einde van het boek wordt elk lied nog toegelicht, waar mogelijk met een stuk interview van Wannes zelf. Het deel ‘Duiding’ beslaat maar liefst tachtig bladzijden. Zoals Dree Peremans zei, is dit boek het mooiste monument dat Wannes kan krijgen. Jan De Smet van zijn kant zag het boek al in zijn boekenkast prijken naast de complete werken van Dylan en van Brassens. Een betere plaats voor het boek is er niet. Of toch wel: in de handen van zingende mannen en vrouwen.