Wieringa Wikt en Weegt – Engels/Amerikaanse pracht

Het waren leuke reisjes naar aardige Festivals door de meeste landen van Europa en soms daarbuiten die ik gemaakt heb en maak met de diverse volksdans demonstratiegroepen in mijn leven.

Vooral het Sidmouth Festival in Zuid-Engeland met dansgroep Paloina is mij heel goed bijgebleven. Het was het jaar dat Bobby Sands in de Noord-Ierse/Engelse Maze gevangenis zijn hongerstaking niet overleefde. Het jaar 1981: ‘the troubles’ waren ver weg op het andere eiland, waar om voor mij nog steeds onbegrijpelijke redenen ‘Queen England Rules Her World’. Geografisch nog altijd een vreemd stukje land op de politieke Europese landkaart, net als dat rotspuntje Gibraltar. De dansgroep was door de organisatie te slapen gelegd in een school. In een andere school, tien minuten lopen van de slaapplaats, werd ons eten verstrekt. Eind Augustus verandert het slaperige stadje Sidmouth in één groot festivalterrein.
Tussen de gebouwen staan circustenten voor de optredende artiesten. De meeste kroegen hebben dan een podiumpje voor het zelfde doel. Kleine theatertjes krijgen internationale artiesten ‘on stage’. In het midden van de stad, in een park en aan de voet van een heuvel, ligt een permanent podium van ongeveer 20 bij 40 meter. Bij gebruik ervan zitten dan zo’n 5000 mensen (is mij door de organisatie verteld) te genieten van de dansoptredens in een folkloreshow van zo’n zes tot zeven internationale dansgroepen die een deel van hun traditie aan Engeland laten zien. In dat jaar ook Paloina met hun dansen op klompen.

Halverwege de wandeling van het bed naar de eetgelegenheid stond een fraaie pub met de naam Balfour Arms, die een ‘cirkelbar’ had die door vier grote ruimtes doorliep. ’s Avonds werden de achterste ruimten ontsloten en ontdekten een dansmaat en ik dat er een muzieksessie werd opgezet die de hele nacht doorging. Élke nacht. Fiddlers, concertina players, box players en gitaristen speelden daar jigs en reels, zongen traditionals en vertelden de plaatselijke ‘tales’ in een onverstaanbaar soort Engels, waar flink om gelachen werd. Dan dacht ik: ”waar gáát dit over?”. Laat in de avond gingen die muzikanten naar bed, maar kwamen ándere muzikanten weer binnen met flutes, whistles en bodhrans voor een ander deel van de nacht. Iedereen kende iedereen, of je werd vriend met iemand die je daar tegen kwam. Wij vonden dat zo geweldig dat wij ná onze optredens en na de avondmaaltijd regelrecht díe kroeg in doken en pas ’s morgens vroeg nog even, voor twee á drie uur, een kort slaapmomentje te pakken alvorens weer ‘klompendanser’ te worden voor een volgende dag vol optredens in en rond de stad. Zoveel energie had ik toen nog. Twee weken in ongeveer één week proppen. Ook werden er in de Balfour Arms bowlingwedstrijdjes gehouden, waar de Engelsen tegen de (internationale) artiesten speelden. Bij een van die potjes heb ik, in benevelde toestand van de ale of de stout, schijnbaar tegen een Engelsman over een Bodhran gesproken om mee te doen in zo’n sessie. Aan het eind van die waanzinnige dagen in die kroeg ‘s nacht werd ik op mijn schouder getikt: “hé Dutchman…. “. Aan het einde van die zaal stond een oude man, een bouwer, met drie instrumenten van verschillend formaat aan zijn voeten. Toevallig speelde ons begeleidingsorkest die nacht op verzoek in die zaal en onze drummer wees mij het beste vel aan van die Bodhrans. Ik betaalde, kreeg een korte uitleg over de ‘beater’ (het stokje) en stortte mij in de muzieksessie, overmoedig geworden door ale & stout. Dat was het begin van mijn leven als muzikant vermoed ik, al was de weg naar deze daadwerkelijke hobby nog heel erg lang. En nog steeds…

Als wij niet hoefden te dansen overdag en er was wat tijd, dan ging ik kijken bij andere artiesten. Zo zag ik in een theatertje een geweldig optreden van June Tabor met begeleiding van Martin Simpson. Ik had toen al een zwak voor June Tabor. Zij heeft zo’n eigen karaktervolle stem waarin veel weemoed te horen is. Zélf schrijft ze niet, maar ze weet wel mooi stukken van anderen of traditionals op een bijzondere manier te brengen. Ik ontdekte haar met het stuk The band played Waltzing Mathilda van Eric Bogle, maar ik werd vooral daarna gegrepen door The king of Rome; een mooi verhaal. Heel precies herinner ik mij die voorstelling in Sidhmouth niet meer. Later heb ik haar nog eens in Nederland zien optreden, maar die eerste keer was wel heel bijzonder, zo samen in dat kleine theatertje dat stampvol zat met genieters.

Martin Simpson heeft inmiddels ook een solocarrière en een lange lijst van solo cd’s, meestal bijgestaan door het neusje van de folk-zalm.  Vorig jaar 2019 verscheen de dubbelaar Rooted en inmiddels koop ik zijn albums blind zonder een kritisch voorluistermoment. Deze grootmeester van veel snaarinstrumenten heeft al weer jaren zijn eigen herkenbare ‘sound’ gekregen. Een mengsel van Britse traditie, Amerikaanse folk, folkblues en eigen werk, maar ook naar eigen stijl omgebogen prachtstukken van andere componisten. Ook nu is het weer ruim een uur lang wegdromen in een werkelijk fantastische muzikale trektocht door Engeland én Amerika, waar de man tegenwoordig ook woont, maar nog regelmatig terug komt naar het eiland en ook naar het vasteland van Europa. Zoals eervorige zomer in Nederland. Op het kwaliteitslabel Topic wordt hij weer bijgestaan door dertien bekende en minder bekende topmuzikanten, zodat dit album tot aan de twee gaatjes in het midden blijft boeien. Met veel emotie gezongen, maar eigenlijk meer verteld, neig ik ernaar om aan het eind van het luisterparadijs weer naar het begin te gaan en zo de ochtend voorbij te laten gaan. Wonderschone melodieën, mooi krachtig en toch zacht gezongen door deze fantastische muzikant die ook de politiek niet schuwt, zoals in de tekst van Neo duidelijk te horen is. Ook trouwens in Rob Johnsons anti-oorlogslied More than enough. Mocht de instrumentale invulling je hebben doen smelten dan geeft de extra cd met de ondertitel Seeded je nog een kwartier om in een plasje te veranderen. Prijstrekker is hier de bekende danstune Bonnie Kate door trekzakker Andy Cutting puntig gespeeld. Werkelijk alles op dit album is (weer) geweldig.

Toen ten tijde van het festival Bobby Sands gestorven was, werd die dag en avond de Balfour Arms gesloten alleen voor de Britten om een grote ruzie en klappen te voorkomen tussen de belangrijkste bevolkingsgroepen die betrokken waren bij dit immense conflict. We hebben een zeer emotionele avond beleefd met natuurlijk Ieren, maar ook veel anderen voelden wat de impact was van deze gebeurtenis. Veel gelach en ook gehuil. Veel geouwehoer door de dronken toestand waarin de emotie een sterkere lading meekreeg. En iedereen was het er over eens dat dit conflict een diepe wond zou achterlaten. En nu richting Brexit hou ik overal rekening mee.

“Perhaps the troubles aren’t over yet”. Dat gekke stukje Noord-Ierland is nog steeds een vreemde eend in dat landschap, overheerst door een vreemde mogendheid. Hoe gruwelijk ook, het levert wel mooi materiaal op voor bijzondere composities.