Wieringa Wikt en Weegt – Engelse Tradities

Eigenlijk is het iets waar meer creatieve mensen last van hebben: de 7 jaar jeuk. En ook ik merk dat ik, op of rond het 7e jaar bij een dansgroep, bestuur, band of wat dan ook aan creativiteit met anderen, in mij rusteloze gedachten wakker worden. Met dansen bij die fijne demonstratie folkloregroep Paloina raakte ik in een sleur en dat was ergens rond het 7e jaar. Het hele Balkan danswereldje voelde op dat moment als een sleur. Alleen de muziek bleef boeien.

Op een ander moment als bassist bij de Balkanband Habbekraç merkte ik ook dat ik niets meer toe te voegen had, zo rond het 7e jaar. We waren zoals we waren, en tevreden met de aandacht en de regelmatige optredens. Het bas spelen heeft nog geen last gehad van ‘de 7 jaar jeuk’ en tal van muzikale groepen volgden elkaar op of bestonden gelijktijdig in mijn muzikale leventje. En onderweg leer je en leer je en ben je nooit uitgeleerd.
Zo’n vijf jaar geleden gaf de Stichting Mokum Folk de maandelijkse Mokum Folk Wijzer uit met informatie van alle folkactiviteiten in onze regio van de desbetreffende maand. Tegenwoordig digitaal dus. Ook is er een rubriek, “het Mokumpje”, waar ieder lid zijn of haar oproepje kan plaatsen. Folkgroep ’t Gevolg  zocht zo’n vijf jaar geleden een bassist, die ook de bodhran kon bespelen en ook nog eens wat mee kon zingen. Mijn radiotechnicus én Mokum Folk bestuurslid zei: ”dit is dus voor jou geschreven”.
Ik kende enkele leden van de groep, want als Windvlaag, hun oude naam in een andere bezetting, had ik ze regelmatig in mijn ‘Avondland’ radiouitzendingen te gast voor een interview bij hun nieuwe cd’s. Sympathieke lui met leuk muziekrepertoire. Hoewel ik geen muzikaal groot licht was (en ben) dacht ik toch meerwaarde te kunnen bieden. Mijn toenmalige muziekgroep stagneerde en ik voelde dat dit niet snel zou verbeteren. Ik was wel weer aan iets nieuws toe. Dit waren de juiste nieuwe schoenen voor als de oude op waren. Wat ik al inschatte: ik mocht met hun meedoen.
Op onze fraaie website zag ik dat onze trekzakspeler ook “speelman” was van het Utrechts Morris Team. “Maar jij was toch demo-danser?” was zijn antwoord toen ik hem confronteerde met mijn ontdekking. Het scheelde maar weinig of hij zakte voor mij op z’n knieën met de mededeling: “wij hebben een schreeuwend tekort aan dansers, zou je misschien…”. De Morrisdans is echt een volksdans uit de Engelse traditie, die wij in Nederland nauwelijks kennen. Een volksdans in de 13e eeuw ontstaan en oorspronkelijk door mannen gedanst. Een voor-Christelijke dansvorm om de boze geesten te verdrijven (tijdens de oogstmaanden) door middel van de geluiden van stokslagen, belletjesgerinkel en door de bewegelijkheid van de dans en het gebruik van witte zakdoeken. Elk dorpje of stad in Engeland heeft wel een Morristeam, waarbij de gezelligheid in de pub ook een belangrijk onderdeel is van deze danstraditie. Zo wordt er voornamelijk gedanst voor of in de buurt van een pub, want dansen maakt dorstig (wij hebben ook een stamkroeg in Utrecht). Overal in de wereld waar Engeland ‘de baas’ was (behalve in Ierland, geloof ik) bestaan Morristeams, zodat ik bijvoorbeeld bij een team in Amerika of Australië mee zou kunnen doen. Nederland is nooit door hen overheerst, maar wij vinden hun danscultuur leuk om te doen.
Er zijn verschillende tradities bij de Morrisdans cultuur en het Utrechtse ‘team’ behoort tot de Cotswolds traditie van Midden-Engeland: dansen voor minimaal 6 dansers in 2 rijen tegenover elkaar, die allerlei ingewikkelde routes dansen binnen de dans waarbij elke dans nét weer íets anders is binnen de stijlen. Het zijn geen snelle dansen, maar wel lastig te onthouden dansen; vooral in het begin. Niet zozeer de dans, maar die muziek vind ik leuk. Morris muziek heeft toch een geheel eigen karakter binnen de Angelsaksische folkmuziek. Bij sommige melodietjes kan ik nu ook een dans in mijn geest toveren als ik die buiten de dansavond of een optreden hoor.
Toen ik na rijp beraad “ja ik doe mee” zei tegen deze voor mij nieuwe volksdansuiting, was er ook wat eigenbelang bij betrokken want bewegen op muziek is een leuke bezigheid en bewegen is ook zeer goed voor het lichaam. De (beetje) ingewikkelde figuren zijn ook goed voor de geest. Dus als pensionado blijf ik ook nog actief met het lichaam.
Om op te kunnen treden hebben we een Engels-achtig kostuum en wordt er ‘op stijl’ gelet. Ieder jaar gaan we op uitnodiging naar Engeland voor optredens waarbij het mij toch opvalt dat wij deze dansen iets accurater uitvoeren dan te zien bij de bakermat van de écht Engelse teams. Misschien omdat ze hun eigen traditie als iets vanzelfsprekend vinden; ik weet het niet. Nog voordat ik ooit deze dansvorm leerde waarderen was het de muziek van de Albion bands van leider Ashley Hutchings die mijn aandacht trok. “Folkfather” Hutchings is de bassist die eind 70er jaren de Angelsaksische volksmuziek wilde integreren in de Popcultuur; eerst via de zeer succesvolle band Fairport Convention waarmee de “folkrock” ontstond. Daarna richtte hij Steeleye Span op (“seven year itch” gevoel?) met min of meer dezelfde formule: oude traditionele volksballaden als popmuziek brengen. Na deze successen wilde hij de traditionele danstraditie, het Morrisdansen, (pop)ulariseren en ook hier kreeg zijn volgelingen via zijn Albion dance bands in diverse bezettingen; stevig gespeelde morrisdans tunes met drums, elektrische Gitaren en zijn stevige elektrische bas.

Ik was al vroeg verkocht aan die stijl zonder dat ik wist dat ik later ook die dans zou leren dansen. De Morrisdans is haast met geen andere volksdans te vergelijken (misschien met sommige Baskische volksdansen), maar ook de tijd en de tijdgeest heeft deze typische mannendans veranderd. En nu dansen er ook vrouwenteams en gemengde teams deze stokoude traditie. Over de acceptatie van dansvrouwen wordt alweer jarenlang in Engeland gediscussieerd, maar de emancipatie is ook hier onvermijdelijk én terecht.
De Britse Folkmuziek is ook mee veranderd in de huidige tijd, maar sommige bands zoeken de oude tradities weer op en brengen ze weer tot leven zoals The Servant’s Ball. De zes mannen hebben zich laten inspireren door een boek van schrijver Reg Hall over de volksmuzikant Scam Tester, die leefde in Sussex en leefde van feestjes in “the Victorian times”, de hoogtijdagen van de “Music Hall” traditie, ontstaan ergens rond 1850 en die z’n bloei had tot ergens na de Eerste Wereldoorlog. Nét voordat de vroege jazz in Europa arriveerde. De entertainment industrie in de theaters hadden de spannende liedjes met een flinke knipoog en komische acts in die tijd ontwikkeld, waar het dagelijkse leven flink op de hak werd genomen. De sterke verschillen en gewoonten tussen de “upperclass” en de “Lowerclass” werden aangedikt voor het theatervoetlicht gebracht. De bedienden (servants) woonden toen nog intern bij de rijke families, maar dan “downstairs”, waar de roddels en taboe geboren werden en als ‘voer’ dienden voor de Music Hall liedjes. Scam Tester was niet alleen beroeps(volks)muzikant, maar ook vermaard tapdancer. In die streek werd veel Hop verbouwd voor de bierbrouwerijen. Na de oogst was het feest overal en in de plaatselijke kroegen met houten vloeren was tapdancing zeer populair (zoals nu breakdancing populair is).
Het gebeurde onder muzikale begeleiding van een fiddle, piano, concertina, banjolelle, percussie en contrabas. De oude volkswijsjes werden vaak afgewisseld met de toen populaire en pas te horen radio deunen. In dit muzikale ’schemergebied’ opereert deze groep The Servants’ Ball met die typische Engelse swing van die tijd.  De schrijnende armoede en ongekende rijkdom leverde, ter compensatie, zeer aanstekelijke en vrolijke muziek op. Op het eerste titelloze album uit 2019 van deze groep horen we onder andere het bekende Champagne Charlie in een leuke afwijkende versie, vrolijke tapdance muziek en Pretty little dear, wat ik herken als een Morrisdans deun. Enkele Music Hall liedjes worden ruimschoots afgewisseld met Ceilidh dance tunes. 48 minuten pure lol, dat smaakt naar meer.

De dansgroep waar ik aan verbonden ben danst op vrijdagavond in Utrecht en zoekt nog steeds dansers. Ook ons vrouwenteam kan nog danseressen gebruiken. Kijk maar bij www.utrechtmorris.nl/umt.