Wieringa Wikt en Weegt: Gesprek

Op weg naar mijn wederhelft in Landsmeer reed ik op m’n fietsje langs de Nieuwmarkt en hoorde ik een fanfare die niet uit een geluidsdrager kwam. Het nazomerzonnetje maakte mijn humeur prettig en ik had tijd, dus even kijken waar dat geluid vandaan kwam. Een lange stoet blazers en trommelaars speelde achter een banner van De Falun Gong beweging het Europese ‘anthem’ van L. v. Beethoven.

Ze werden geëscorteerd door een groepje agenten. Ik posteerde mij op de fiets langs de stoep en ik vertelde de meest dichtbij zijnde agent dat ik het zo’n mooie gedachte vond dat die geloofsuiting hier zichtbaar mocht zijn. In China zou deze daar voorkomende Boeddhistische stroming allang bestreden worden. In China zouden de aanhangers gemarteld worden en ik had ergens gelezen of gehoord dat opgepakte leden hun lichaamsdelen als nieren, lever of longen moesten afstaan voor verplichte transplantatie. Zou dat zo zijn of was het fake news?

De stoet trok verder en ook ik wilde mijn gang vervolgen. Een oude Surinamer (zonder gebit leek het) sprak mij aan. Ik dacht meteen: een bedelaar. Ik zal nooit ‘afwijzen in aanvang’ en gaandeweg weet ik meestal wel een gesprek te sturen. Maar deze man wist mijn aandacht te vangen en vast te houden. Zijn verhaal stond stijf van klifhangers: “maar nu het bijzondere”, ”maar het mooiste komt nog want”, ”je gelooft het niet, maar”, “en dit is nog maar het begin want”…
Nee geen gebedel, geen beroep op iets. De oude baas verduidelijkte zijn verhaal als een betoog en gedroeg zich op sommige momenten als een vurige dirigent zonder stokje. Ik nam de tijd voor de ander en schatte in dat deze Surinamer van Javaans/Indiaanse afkomst was.

Maar ik had het weer eens mis. Er ontspon zich een lange levensgeschiedenis van een man die er heel anders uitzag dan hij werkelijk  was. Zijn familie kwam uit Curaçao en hij was alweer 50 jaar getrouwd met een Jordanese, Amsterdamse. Was vroeger trambestuurder, maar ook medewerker bij Fokker vliegtuigen, en uiteindelijk Wethouder in Amsterdam Noord. Maar het meest bijzondere was nog wel dat hij een oproep voor de militaire dienst van Israël had gekregen. Een vreemde levensgeschiedenis die, door middel van getoonde officiële pasjes mét stempels uit z’n portemonnee getoverd, een ‘waarheidstempel’ an sich had gekregen.

Als de man zich had voorgesteld as Max Woiski of Alfredo Host, dan had ik hem direct geloofd. Maar deze Surinaamsachtige figuur had zijn militaire oproep gekregen omdat hij Isaac Cohen heette en door zijn oma aangebracht was bij de plaatselijke synagoge in haar stad, waardoor hij “een zoon van Israël” was geworden. Nu op 73-jarige leeftijd hield hem dat nog steeds bezig. En wij, volkomen vreemden van elkaar, hielden ons bezig met zijn levensverhaal. Hij genoot er zichtbaar van en ik verbaasde mij over deze, nu, Curaçaoënaar met Joodse wortels, maar gedurende zijn story ook met Spaanse en Portugese roots.

Ik was geen bijzonder mens, niet meer dan een voorbijganger op weg naar z’n wederhelft. Misschien had de man de behoefte om zijn verhaal te zenden, misschien deed ik hem een dienst door domweg te luisteren; tijd hebben voor een ander mens zonder een schermpje er tussen. Voor sommige ouderen is de behoefte tot een echt contact misschien wel sterker in deze digi-wereld.

In míjn huidige wereld valt er nog niks te ontvrienden en hoef ik ook niks dagelijks op te laden. In mijn huidige wereld verwacht ik nog niet elk moment dat ik nodig ben of dat iemand mij digitaal zoekt. Ik had tijd en ik had rust en hij genoot zichtbaar van zijn eigen verhaal. Na een kleine drie kwartier namen we afscheid met een ferme handdruk. Ik meldde nog dat in ieder mens wel een bijzonder boek zou kunnen zitten.

Ik moest weer verder met mijn leven en we zwaaiden nog even als oude vrienden, voordat ik de trappers weer snel liet rondmalen. In een positieve stemming bedacht ik dat het verhaal waar ik al even naar zocht voor een nieuwe recensie in opdracht voor NFS, mij zojuist in de schoot werd geworpen. Een recensie over een bijzondere Poolse muzikante uit N.O. Polen.

Deze Karolina Cicha heeft Litouws, Oekraïens en Russisch bloed, maar ze beschouwt zich Tataarse. De Tataren waren een volk dat in de 8e eeuw vanuit Siberië richting Eurazië trok, samen met de veroveringen van Djengiz Khan. Een grote groep kwam terecht in het Oeralgebied. Een andere groep vestigde zich op de Krim als Krim-Tataren. Het gebied van de Wolga-Bulgaren werd veroverd en daarna bewoond door de Wolga-Tataren in het autonome Tatarije, een belangrijke economische eenheid in Rusland. Door Dynastieke twisten en de uiteindelijke ‘russificatie’ viel het rijk in de twintiger jaren van de vorige eeuw uiteen. Regeringsleden en intelligentsia werden vermoord of verbannen, maar de meeste gewone Wolga-Tataren wonen nog steeds in dat Oeralgebied. De oorsprong en feiten zijn uitgebreid terug te vinden. Karolina Cicha voelt zich (waarschijnlijk) Krim-Tataarse. Ze speelt klavieraccordeon, keyboard en percussie. Ze zingt onder andere in het Pools, Jiddisch en Esperanto.
Ze combineert haar Tataarse roots met ruwe rock en jazz én ze maakt theater. Kortom, een multi-talent dat moeilijk in een hokje past. Ze is ook bijzonder geïnteresseerd in de vele tradities van de diverse etnische stromingen in N.O. Polen. Zo zong ze diverse talen op haar album Wieloma Jeziekami (nine languages) en voornamelijk Jiddisch op het album Jidyszland.

En nu is er dan de 2020 cd Karaimska Mapa Muzyczna van Karolina Cicha & Spowka. Mooie heldere sound hoor ik hier. Af en toe sterke gelijkenis met Balkanmuziek zoals ‘Soframyzda’. Ze heeft een krachtige stem die ze regelmatig luidkeels opzet, maar toch niet laat schreeuwen. Een fijne begeleiding die het hele album afwisselend maakt.
Samen met haar begeleiding groep Spowka spelen ze viool, cymbaal, kantele, saz, oud, kemance, accordeon, diverse percussie instrumenten, en dit alles omlijst met mooie samenzang. De muziek is geïnspireerd op Litouwse en Krim muziektradities met Oekraïense, Russische of Poolse invloeden. Soms wat meer aandacht voor haar balgen en soms wat meer ruimte voor een combi van saz, oud en darabukka, met daar doorheen het twinkelende van een cymbaal of nog meer: een santur die op meerdere nummers duidelijk aanwezig is. Daar hou ik wel van.
Ook is er veel samenzang en dat lijkt mede door de taalklank en die krachtige stem van Karolina soms wat op het vroegere Kolinda (later Makam és Kolinda). Die taalklank in combinatie van melancholische melodieën en onregelmatige ritmen geven sommige stukken een sterk Russisch Karakter of Russische uitstraling.
De titel Karaimska Mapa Muzyczna betekent vertaald Karaite Muziek Kaart, muziek van de Karaieten, een kleine, paar honderd mensen tellende gemeenschap in Polen. Het is een kleine Joodse stroming, die in de 19e eeuw een Joods-Tartaarse stroming binnen de Christelijke Krim-Tataren was, op de Krim en in de Oeral (de Wolga-Tataren waren doorgaans Islamitisch).
Twaalf sterke, afwisselende nummers die mooi bijeen worden gehouden door die krachtige stem, soms ondersteund door de vijf andere leden. Ijisi Baraskinin heeft een mooi canon-achtige samenzang en herhaling. In Kiusiancz zit de afwisseling in de tweede solostem van Michal Kuliczenko. Jukla Uwlum klinkt als een zacht slaapliedje. Het zesde nummer, Kiuzdiahi Bahda, heeft een Russisch-Joods karakter met een tremolo mandoline-achtig geluid, accordeon en viool. De leidende melodie wordt deels gefloten met de mond.
Er gebeurt veel op dit album. Nummer 9, Szirin El, klinkt als een stapellied, telkens modulerend naar hogere, dan weer lagere regionen. Sahyszwar opent met een harmonium en cymbaal solo en donkere ondersteuning van de oud en afwisselende zang met Michal.
Sommige melodieën komen mij bekend voor, maar Karolina Cicha geeft daar toch weer haar eigen draai aan. Vooral in Bir Elmany klinkt de samenzang sterk als die van de Kolinda stem van Dóra Kováts. Zo ook in de bijzondere afsluiter Galvinin Kyryjynda.

Bijna 50 minuten muziekplezier van een van Polens belangrijkste wereldmuzikanten, Karolina Cicha, maar zéker ook van haar meespelende Spowka. Jammer dat mijn Pools afwezig is, dus mis ik de verhalen. Een muzikale ontdekking van een traditie die de moeite van het uitzoeken waard is.

Waar kom je vandaan? Dat heeft die oude Isaac Cohen zich ook ooit afgevraagd toen hij de militaire oproep uit Israël in de bus kreeg en op zoek ging op Curaçao.
Een week later fiets ik weer langs de Nieuwmarkt waar ik weer (Oosterse) muziek hoorde; wél uit een geluidsdrager achter een “Free Tibet” banner. Ik ben toch maar doorgefietst… Maar met de muziek van Karolina Cicha in gedachten. Mooi om straks bij mijn wederhelft nog eens op te zetten.

 

Karolina Cicha & Spowka – Karaimska Mapa Muzyczna vol.1 (2020)