Wieringa Wikt en Weegt: Malthusiaan

Vandaag heb ik weer zin in schrijven, maar ik merk dat ik niet bij mijn herinneringen kom. Ik vind het leuk om muziekrecensies te koppelen aan muzikale momenten uit mijn voorbij gegane leven; de momenten van nostalgisch terugkijken naar wat ik heb meegemaakt. Verder kijk ik alleen maar naar voren en zie wat plotseling op mijn pad komt.

De corona perikelen bekijk ik met boeiende belangstelling. langzaam gaan we een nieuwe fase in van iets wat altijd bij ons blijft en slachtoffers maakt. Iets wat blijft.  In míjn verhaal (ieder heeft een verhaal nodig zoals de vele gelovigen) hebben we Moeder Natuur het zo lastig gemaakt dat Zij ons dit fraaie virus heeft gegeven. Het milieu zijn wij zo aan het vernielen dat we er zélf last van krijgen via bosbranden en overstromingen, verloren bezittingen en flinke kosten. Al eerder liet ik in een van mijn verhaaltjes mijn verontrusting blijken over toerisme, waar ik vroeger ook veel aan mee deed, die als een plaag over de wereld gaat en een bende rommel teweeg brengt met hoop uitstoot en vernietiging van ons milieu zonder dat we het merken.

En nu, het rondreizende circus dat Olympische Spelen heet waar grote groepen sporters en helpers van de héle wereld met veel kerosine worden ingevlogen om te laten zien hoe goed ze wel zijn in een temperatuur en hoge luchtvochtigheid wat met veel energie verlies naar acceptabele normen worden teruggebracht. Van 35 graden en meer met 98 graden luchtvochtigheid naar ongeveer 18 graden en acceptabele luchtvochtigheid élke dag. Dat vreet stroom. Maar het virus van Moeder Natuur vaart er wél bij. De massa ingevlogenen zijn misschien dezelfde die al eerder meededen aan een klimaatmars, maar dat telt nu even niet. We moeten vermaakt worden als grote susser tegen de ophok en gemiste vakanties. En hoe meer geld thuis in de sport gepompt wordt, hoe hoger de medaille-spiegel op dit uithangbord, The Olympics. Het nieuws op de radio spreekt over een gemeten afnemende belangstelling voor dit circus, dus de kijk- en luistercijfers zullen het spelletje op den duur wel de nek omdraaien, denk ik.

Jaren geleden hoefde ik niet te praten over dit soort zaken, want je bent al gauw een ‘doemdenker’, een foute man. En misschien voor velen nóg wel. Maar door corona, bosbrand of overstroming gaan we misschien op den duur wel nadenken over het gedrag van ons ‘sapiens’. Niet de Natuur naar onze hand zetten, maar ons aanpassen als onderdeel van de Natuur is toch een héle ‘mindset’.

Nu vlieg ik niet meer maar vroeger wist ik ook niet beter. Tot ongeveer 40 jaar geleden bij mij het licht ook een beetje aanging en ik mijn motor aan de kant deed. En toen ik mijn nieuwe vriendin vroeg of ze nog een ‘ tweede leg ’ wilde, want overbevolking is ook een oorzaak.
Ik voel mij ook een Malthusiaan. Ik blijf wat vaker thuis en nee, ik verveel mij niet. Ik denk dan regelmatig terug aan mijn eerste wereldmuziekalbums, toen ik als jongeling van rond de 15 tot 20 jaar muziekjes uit het buitenland, anders dan pop- of rockmuziek, ontdekte.

 

In die zeventiger jaren werd ik een regelmatige bezoeker van de platenzaak Concerto in Amsterdam, nog vóór het cd tijdperk. Mijn eerste – voor mijn begrip exotische – plaatje dat behoorlijk binnenkwam was Eastsite wedding van The Klezmorim. Boeiende, vrolijke muziek die smaakte naar méér klezmer luistergenot. Met de komst van het volksdansen in mijn leven ontdekte ik bij mijn regelmatige bezoekjes aan de platenboer het album Yugoslavian songs & dances van Jugoslavi Ansambl Branco Milenovic, met tradities uit alle hoeken van hun land.

Nog een album waar ik een fijne herinnering aan bewaar, nadat ik de elpee op de draaitafel in de platenzaak legde (dat mocht je toen nog zélf doen) was het titelloze album van Kolinda, het bruingekleurde album uit ’77 met getekende muzikanten en instrumenten erop. Vooral het bijna 14 minuten durende Szerelem maakt het album subliem en zorgde er voor dat ik toen ook nummer 1 en 3 aanschafte. De eerste en tweede zijn tijdloos sterke fusionfolk albums en maakte dat ik ook op zoek ging naar de echte folk van Hongarije, bijvoorbeeld van Muzsikas. Toen ik verder de Balkan ontdekte, was mijn eerste aanschaf met Roemeense muziek Les flûtes Roumaines, een verzamelaar waar de toen nog jonge George Zamfir veelvuldig op voorkwam, met zijn in Nederland nog tamelijk onbekende instrument, de panfluit. Toch was het de Griekse folk die mijn belangstelling naast het Joegoslavische het meest opeiste. Het eerste album was de ‘3 record set’ van het label Everest Traditional songs and dances of Greece & the Grecian islands. Het liet bekende voorbeelden horen van de Griekse volksdansen van mijn Griekse danscursus, maar dan met andere melodietjes en uitvoeringen.

Via een dansvriend kwam ik muzikaal in aanraking met de ‘folk uit het westen’ en de Dubliners vond ik meteen gezellig, maar mijn echte folktocht begon toch bij de titelloze ‘black album’ van Planxty. Via een andere vriend die – net als ik – al eerder de pop en rock achter zich had gelaten, leerde ik Fairport Convention kennen. Vooral de grote schijf Unhalfbricking uit ’69 was zeer indrukwekkend. Dat snijvlak van moderne tradities bracht mij eerst bij het groene album Morris on uit ’72 en daarna bij de Albion Country Band en hun album Battle of the field uit ’76.

In die tijd kwam ik ook in contact met het muziekblad Janviool, toen nog zwart-wit uitgevoerd, en las ik meer over de spannende nieuwe folkrock-acts zoals het Franse Malicorne en vond ik ook het meer folkachtige Mont-Joia van Jan-Maria Carlotti: het fraaie album Cant e musica de Provenca uit ’76.

In ’82 raakte ik zélf bestuurlijk betrokken bij Folkclub De Draailier en via die club kwam ik in aanraking met La Bamboche. Ik vond hun album Quitte Paris ergens goedkoop. Ook het album Jiddische Lieder van het Duitse Zupfgeigenhansel was een muzikale eyeopener en zo volgde de ene na de andere grote schijf. Angelo Branduardi stond ook ergens aan het begin van mijn grote verzameldrift. La pulche ‘d aqua en High down fair waren de eersten van een lange reeks albums in mijn inmiddels vele meters lange elpeeverzameling. Toen ik benaderd werd voor radio programmawerk was de cd al een tijdje daarvoor geboren. Ik verzamelde dozen vol wereldmuziek om de programma’s bij de twee zenders interessant en actueel te houden. En dat zorgde voor m’n verslaving. Maar ik leef nog en ik beleefde er vele uren plezier aan.

Vandaag de dag is mijn brede belangstelling wat sterker op americana gericht en is het 2020 album van Diana Jones een bijzonder en actueel album. Vooral ook mooi omdat elke tekst van elk nummer uitleg geeft over waaróm mensen vluchten.

Diana Jones is al vanaf 1998 bezig met het maken van relevante cd’s. Ze speelt gitaar, mandoline en viool, maar valt vooral op door haar karakteristieke, ietwat nasale stem. Gevestigd in Nashville, Tennessee maakt ze American folk waar de ‘Appalachian old-timey roots’ nooit ver weg zijn. Haar teksten zijn altijd interessant en integer. Spannende artiesten als mijn lievelingsmuzikanten Richard Thompson, Steve Earle en Peggy Seeger lenen graag hun tijd en energie aan Song to a refugee. Heel fijne melodieën, een aantal geleend van de Mexican border, met daar bovenop een subtiel neergezette stem en terughoudende begeleiding. De vluchtverhalen zijn allemaal indringend. Over mensensmokkelaars, wreed en niet hulpvaardig. Of je eigen kind van 13 jaar verkopen als bruid. Het is de wereld van mensen die aan het eind van hun barre vlucht op een muur stoten bij de grens van Texas-Mexico. Verhalen van mensen die nergens schuld aan hebben en hun fijne, zekere wereld moeten verlaten, zoals in The life I left Behind. Politiek is hard voor de ‘havenots’. Een hele mooie cd over onze wrede wereld, die niet alleen in Amerika bestaat, maar ook aan onze Griekse en Italiaanse grenzen. Fort Europa is nét zo hard en met onze huidige milieucrisis zal het aantal vluchtelingen steeds groter worden en op drift raken. Nu nog vooral vluchtelingen voor oorlogen uit arme landen, straks uit landen die onder water gaan staan, of te droog zijn geworden om iets te verbouwen. Milieuvluchtelingen dus.

Nee, dit is geen mooi verhaal over een wél mooie cd. Diana Jones kan nog meer van dit moois maken want er is voer genoeg voor meer verhalen. De massa zal dit product wel negeren vrees ik, maar ik vind het mooi. Zeer mooi.

Diana Jones – Song to a refugee (Proper Records 2020)