Wieringa Wikt en Weegt: radio

Altijd al was ik een groot liefhebber van radio. Dat werd nog eens versterkt door de vraag of ik een radioprogramma wilde maken bij onze plaatselijke radiozender en later bij de regiozender in Abcoude. Muziek van de vele culturen op aarde kon ik aan de luisteraar aanbieden en ook informatie over die muziek vertellen. Er zijn méér culturen dan alleen de Coca Cola cultuur en die wilde ik doorgeven via traditionele muziek. Die gaat ook mee met de tijd, want tradities zijn altijd aan veranderingen en de tijdgeest onderhevig – nét als het leven zelf. Maar het moest vooral een muziekprogramma zijn. De informatie bij die muziek moest vooral van toegevoegde waarde zijn, vond ik.


Ik ben groot geworden met Veronica-op zee en Hilversum 3, de populaire muziek, die later kort en goed popmuziek werd genoemd. De informatie rondom die muziek was niet meer dan verstrooiing, meestal zonder interessante inhoud. Maar dat was ook niet zo erg, want ik was ook niet zo met de wereld bezig. Naarmate mijn interesse in serieuzere zaken dan alleen pop belangrijker werd, raakte ik wat geïrriteerd over het ‘ditjes en datjes’ gebabbel van die popzenders. Ik raakte van dat soort radiomakers wat kriegel. Ook mijn muzikale smaak werd wat minder ‘mainstream’, helemaal toen ik de folk en volksmuziek ontdekte. Popzenders lieten mijn ‘smaak’ niet meer horen en ik nam afscheid van de pop en van de babbelaars. Steeds vaker luisterde ik naar het ‘serieuzere’ Hilversum 1. Muziek luisteren kon ik zélf genoeg op andere plekken, en dan met mijn eigen smaak muziek. De informatie hierover vond ik wel ergens.

Geleidelijk in de tijd ‘sloop’ er ook muziek op de informatiezender. Ik fronste mijn wenkbrauwen bij deze verontrustende gewaarwording. Was dit nodig? Kunnen we gewoon niet even naar een andere zender gaan, als we even genoeg nieuws hebben voor dat moment? Mijn liefde voor de radio is haast groter dan voor het kijkkastje. Radio is verbeelding. Het praatje maakt het plaatje in mijn hoofd, waar de TV veelal malle spelletjes, duffe detectives en babbelprogramma’s zonder verdieping of zeer korte duiding mijn avond vult. En ja, steeds vaker zet ik het kastje weer uit na het journaal en ga ik weer naar mijn verbeeldingsmachine. Maar ook hier gaat het nu steeds vaker mis voor mijn gemoed. Het is de oprukkende, overgewaardeerde commerciële sport de laatste jaren. Een beetje sport kan ik nog hebben (ooit bruine band met judo gehaald, toen daar de commercie ook nog niet was toegeslagen), maar de hele zomer met een constante stroom van tennissers, fietsen en voetbal van het ene kampioenschap naar de volgende  is mij teveel. Met daarbij een extra shot Olympics op z’n tijd, en ook hier herhalend gebabbel gelardeerd met populaire muziekjes. Het maakt dat ook een mooie informatiezender mij afstompt. En ook hier rukken de spelletjes op, net als de babbelonderwerpjes. De mens moet vermaakt worden. Dus dan maar een goed boek ter hand genomen of een fijn cd’tje opgezet.

Vandaag is het een cd’tje uit het Midden Oosten, dat ik vond via mijn radiowerk; muziek van Abdelli. Zijn achternaam is tevens zijn artiestennaam. Abdelli ontdekte de Algerijnse mandola en ík ontdekte zijn album New moon in 1995 bij het beroemde label Real World. Uitstekende muziek met de zacht wiegende ‘trance’ muziek, geschikt voor ‘duizend en een nacht’ verhalen. En het deed mij denken aan één van mijn avonturenreizen met zo’n verre-reizen-club naar Jordanië en Syrië, toen nog ver voor de laatste oorlog en de huidige toestand. Onze Jordaanse gids gaf veel informatie over de geschiedenis van het land en de huidige situatie. Toen we bij de grens met Syrië aankwamen nam hij afscheid, want in Syrië waren we verplicht overgeleverd aan een gids ‘van regeringsoverheid’, die zich loyaal en bewonderingsgezind uitliet over haar president Assad, waardoor ze door ons – geïnformeerde reizigers – als volstrekt ongeloofwaardig werd weggezet. Bij de uitstapjes werd ze alleen gelaten. Als een soort zeurend kind sjokte ze achter ons aan, bedelend roepend om wat aandacht. Syrië was al in staat van verval, maar het leven had zich aan de omstandigheden aangepast. Later zag ik de platgebombardeerde puinhopen van Palmyra, de Paulispoort en ook de citadel van Aleppo op TV. De afgebrokkelde cultuur is nu helemaal vernietigd. En dan aan het eind van de reis moest de ‘fooienenveloppe’ aan onze ’gids’ worden overhandigd. Ze bracht de fooienpot terug met de mededeling  dat er te weinig inzat. Even dreigden wij haar de waarheid te openbaren. Maar nee, we keken haar razen en tieren in de deuropening minzaam aan. Onze groep schonk verder geen aandacht meer aan deze ‘smet op de reis’. In een vlek moet je niet wrijven.

Abdelli – Songs of exile Toen ik het nieuwste album van Abdelli in de bibliotheek vond, bedacht ik mij deze herinnering. Ook Algerije is een land vol bloedige conflicten. Het 2021 album heet Songs of exile. Ook deze muzikant heeft ballingschap, heimwee en verlies meegemaakt. Met zijn ouders is hij meerdere oorlogen ontvlucht. Muziek werd zijn uitlaatklep. Al vroeg maakte hij zijn eigen gitaar uit een oliedrum en met vislijn. Op een van zijn vluchtmomenten kwam hij in Brussel terecht en iemand adviseerde hem op straat te gaan spelen, waar hij al gauw werd ontdekt. Zijn ster groeide in 1974 op het Algerijnse onafhankelijkheidsfestival. Hij ontdekte de mandola en nam les bij de ‘Chaabi’-musicus Chaid Moh-esguir.

Nu maakt hij fijne, ongedwongen muziek, niet pretentieuze fusion folk. Vanwege zijn Berberse taal moest hij uitwijken naar Europa, waar hij met zijn zacht omfloerste stem in Kabilie taal en met 12 internationale, meest multi-instrumentalisten schitterende muziek maakt.

Een zacht wiegend orkest vol traditionele volksinstrumenten naast enkele westerse instrumenten. In het boekje vertelt Abdelli bij elk stuk in het Engels veel facetten van het leven van vluchtelingen: een tribute aan een beroemde Kabila chansonnier, of een lied over een emigrant over z’n terugvlucht onder de vleugel van een zwaluw. Allerlei gedachten en mijmeringen van een vluchteling.

Ook als je niet naar de verhalen wilt luisteren, is dit mooie album een genot om naar te luisteren. Zijn fijne zachte stem ingebed in een heerlijke woestijn van trancemuziek. Een kleine 70 minuten word je weggehaald uit je dagelijkse beslommeringen, maar wordt je tegelijkertijd gedwongen om op deze mooie wereldse melodieën te letten. Muziek die werkelijk relevant is, maar natuurlijk nooit op de westerse muziekzenders te horen is. En míjn eigen radioprogramma bestaat niet meer.

Abdelli – Songs of exile – (ARC music productions international, 2021)

Scroll naar top