Wieringa Wikt en Weegt – Slippers en grote bootreis uit het verleden

Op mijn vakanties zoek ik altijd eerder naar folklore elementen dan het toeristische van bv. een scheve toren in Italië of een plassend kereltje in België. Om een of andere reden hoor ik ook gelijk of er in de buurt een cd’tje wordt gedraaid of dat een echte muzikant de vingers beroert of met zijn mond muziek blaast. Echt levende muziek klinkt ánders.


In Portugal, met mijn vriendin voor onze tent, hoorde ik vanuit de verte vage muziekflarden en wist het vrijwel direct: dit is echt! Snel schoot ik in mijn simpele instapslippertjes en samen gingen we op zoek naar de bron van deze volkse deunen. We kwamen bij de hoofdweg in een tamelijk verlaten landschap. Nergens een dorp te bekennen, maar aan de overkant een soort pittoresk klein wegrestaurant met een heel groot terras onder een luifel. Alle stoelen en tafels waren in een hoek geschoven en een muzikantenkwartetje stond in een andere hoek dansmelodietjes te spelen. Zo’n 13 of 14 paartjes zwierden, hobbelden of schuifelden over de geïmproviseerde dansvloer in een soort vreemde polka-met-een-knikje.
Twee trekzakkers, een ‘Cavaquinho’ mandoline-achtig instrument en een oude gitarist speelden dus volksdansjes van drie of vier minuten per stuk en de meute had een reuze lol. Mijn toen al redelijk ontwikkelde danskennis aan de rand van de dansvloer zorgde voor nieuwsgierigheid naar die techniek en ik werd tot ‘meedoen’ aangewakkerd doordat een middelbaar echtpaar die mijn ’innerlijke drang’ zag in mijn ogen, en uitnodigend wenkte om ons in het gezellige sfeertje te storten.
Het duurde even voordat ik mijn danstechniek op het juiste ritme kon plakken als dansleidsman, maar dat duurde niet zo lang. Mijn vriendin en ik zwierden in ‘no time’ rond; aangemoedigd aan alle kanten met “ollah” en “ai ai“ door de plaatselijke bevolking. Schijnbaar hadden ze zelden toeristen gezien, als zodanig uitgedost, maar volkomen passend in het folkloristisch danstafereel wat daar gaande was. Maar dansen op gelubberde instapslippers paste niet goed bij het uitgelaten karakter van de drager, dus toen de dans volledig begrepen was vloog er een slipper als een ongeleid projectiel over de terrasvloer, met er achteraan een huppelende eigenaar. Dit wekte de lachstuip op bij dansende omstanders en telkens als een onwillige slipper per ongeluk een eigen richting zocht was ook een gierende lach een herhaling van zetten. De polka had ik nu zo goed onder de knie dat ik zo af en toe expres uit mijn slof schoot.

Dat was een gezellige middag, waarbij al gauw de wijn naar ons toe werd geschoven alsof we daar met een vaste vriendenclub een feestje vierden. Was het een bruiloft? Een jarige of een jubilaris? Geen idee, maar naast ouderen waren ook jongeren op die dansvloer bezig, alsof ze naast fietsen gelijk de plaatselijke dans hadden geleerd. En fietsen verleer je ook nooit meer. Hoelang het feest duurde weet ik niet, maar bij het schemerlicht werden we uitgebreid en enthousiast uitgezwaaid toen we ‘tentwaarts’ gingen.

Thuis, bij mijn vaste muziekdealer in Amsterdam, zou ik op zoek gaan naar deze streekmuziek, want die was nu volledig ‘vastgekit‘ aan de onvergetelijke vakantiemiddag dat jaar. En mijn radioprogramma – mijn toen nog aanwezige uitlaatklep – kon ook nog wel wat van deze aanstekelijke vrolijkheid gebruiken. Dus op zoek in de schappen naar schijven van mijn dealer. Er is dan altijd wel aanleiding te zoeken naar nieuwe schijfjes. Vond ik niet de muziek van mijn vakantieplek, dan had ik wel wat anders moois in handen.

Bij mijn bezoek onlangs stuitte ik op nieuw werk van Seth Lakeman. Afkomstig van een muzikale folkfamilie, de Lakeman Brothers, die later een onderdeel werden van het redelijk bekende Equation, met Cara Dillon en Kathryn Roberts. Seth Lakeman is inmiddels alweer een tijdje solo, met mooie albums en geeft met dit album nieuw leven aan het idee van het ‘concept album’.

Hij hoefde voor dit gegeven niet ver te zoeken, want zijn woonplaats Phlymouth is de plaats waar de eerste settlers met het schip The Mayflower vertrokken, op weg naar Amerika in 1620 als gevolg van religieuze vervolging. Met aan boord 102 kolonisten, waarvan een groot deel uit Leiden kwam. Voordat ze de ’Plymouth Colony’ stichtten, woonden ze 12 jaar in Leiden. In Amerika staat deze groep bekend als de Pilgrim Fathers: een groep ‘deserters’, andersdenkenden die zich afsplitsten van de Anglicaanse Kerk en zich sterk maakten voor een Protestantse Reformatie. Van 1600 tot 1775 emigreerden veel van deze non-conformisten naar Noord-Amerika en vestigden zich rond Massachusetts, Rhode Island en Pennsylvania. Zij speelden een belangrijke rol in de kolonisatie van Noord-Amerika. Maar liefst negen presidenten heeft deze groep voortgebracht in de verdere jaren, waaronder de familie Bush en Barack Obama.

Dit nieuwe album, A Pilgrims tale, van Seth Lakeman volgt dit historische verhaal in twaalf stukken waarvan zes van eigen hand, drie traditionals en enkele nummers van bevriende componisten/schrijvers. Een geweldig album, gemaakt met een aantal beroemde folkspelers als Benji Kirkpatrick, Ben Nicholls en de stemmen van Cara Dillon en broer Geoff Lakeman. De spelers zijn allen multitalenten en dat levert toch een vol geluid met veel dynamiek op. Vooral Seths viool en natuurlijk zijn karakteristieke stem spelen de hoofdrol.
Dit is een sterker folkgeluid dan op zijn vorige albums. Zeer mooi en afwisselend én met verteller Paul McGann die de stukken aan elkaar praat.

Op het aankomende weekend 10 & 11 Oktober wordt in Leiden deze historie herdacht (corona en weder dienende) en op zaterdag 10 zijn er Morris optredens van de Engelse Mayflower Morris men en het Utrechts Morris Team. De moeite waard voor anglofielen (al zeg ik het zelf).

Tags:,