Wieringa Wikt en Weegt: Turkse herinneringen

Turbulente tijden in dit deel van de wereld. Op oudere leeftijd moet ik nog een oorlog in de buurt mee maken. De politiek laat zich weer eens van z’n donkere kant zien. De beelden en de verhalen laten weer een hoop leed zien en horen als de democratie weer opzij wordt gezet en mensen weer op drift raken.

Ik moet regelmatig weer denken aan de mooie woorden in Lennons Imagine. In feite lijkt het dat we niet opgeschoten zijn na de tijd dat we als apen in de holen woonden die vechten om meer territorium, gewoon, voor de heb. Met een beetje ongeluk of mismanagement worden we zo de Derde Wereldoorlog in getrokken. Er is genoeg aanleiding voor. En de Turkse president Erdogan doet een poging om de vredesduif uit te hangen.
Het politieke gevoel van Turkije heb ik nooit écht gevolgd, het culturele deel des te meer. Mijn hobby als demo-danser in de volksdansgroep Paloina had mij al twee keer naar de podia van Istanbul gebracht en ook gedurende enkele vakanties genoot ik in dit mooie spannende land. En elke reis en elke tour leverde weer nieuwe anekdotes op. Reizen naar het oosten, naar wat ook wel Koerdistan wordt genoemd, leverde een spontane huisbezoek op bij een voormalige gastarbeider in Nederland. De oude man wist zich nog behoorlijk uit te drukken in mijn moedertaal en vertelde met enthousiasme over de fijne tijd die hij had gehad in mijn vaderland.
Ook: een wild avontuur in Tatvan met een Dolmus busje vol Koerdische nomaden, op de terugweg naar hun tentenkamp in de bergen en ik op zoek naar een schat uit het verleden. De enige ‘schat’ die ik kreeg was de rekening van alle inzittenden van het busje omdat men niet wilde betalen, of geen geld had voor de rit. Dit was nog de wereld waar veel dingen onderling werden geruild, waar munten en waardepapieren nog schaars waren en ik was geschaakt als (af)pakezel.
Of: in Dogobyazit tegen de grens met Irak waar ik in contact kwam met een tapijtsmokkelaar, die z’n winkeltje volgestouwd had met gesmokkelde spullen uit Irak. Op een los papiertje tekende hij met een potlood de smokkelroute en wist hij precies wanneer de controlepatrouille zijn smokkelroute voorbij was gereden, zodat hij met zijn handel z’n schuilplaats uit kon komen.
In diezelfde plaats werden we aangeklampt door een gids die ons meenam naar zijn kantoortje, waar hij foto’s had opgehangen met ingezoomde beelden van de berg Ararat, met de contouren van een versteende scheepsboeg wat volgens hem van de Ark van Noach was.
We moesten het volgend jaar terug komen met pikhouwelen en geigertellers. We zouden schathemelrijk worden. Met hem reden we in een kleine truck naar de voet van de berg. Hij wilde ons zijn vondst laten zien, maar we werden daar tegengehouden door een groep paardrijders met karabijnen in aanslag, want we waren in betwist gebied op de grens met Armenië. Van wie was de berg?
Nee, schathemelrijk heb ik nog nooit willen worden maar ik gaf hem de zekerheid dat ik er over na zou denken.
Veel avonturen zoals het bezoek aan een restaurant in Istanbul mét buikdanseres die een slecht opgemaakte travestiet bleek te zijn, maar wél werd begeleid door een leuk folkorkestje. Toch een geslaagde avond. Ook op het podium van één van de festivals – waar wij ons ook mee bezighielden – gebeurde leuke dingen, zoals 25 Bulgaarse ‘gaida’ doedelzakspelers op een rij voor een zeer imposant optreden.

Mijn herinneringen vormen hier een aanloop naar een nieuw album van een, voor mij, volkomen nieuwe zangeres uit Koerdistan. Ze heet Rewsan, heeft een aardige stem, speelt viool, viola en ukelele. Zo’n tien muzikanten spelen mee in de begeleiding. Ze is zich sterk bewust van de culturele geschiedenis van haar afkomst in Tatvan in Oost Turkije. Haar eerste album uit 2018 bevat louter songs uit de Koerdische en Armeense traditie, maar wel in een modern jasje. Ze noemt haar muziek ‘Progressive Folk Music’.
Haar tweede album heet Tov, oftewel The seed, en stamt uit 2020. Rewsan zingt en speelt hier veel eigen werk en ook nummers van bekende dichter/ muzikanten van haar eigen cultuur. Ik herken onder andere Ahmed Kaya als leenheer voor zeker drie van de tien stukken.
Ze maakt in haar begeleiding gebruik van westerse en niet-westerse traditionele instrumenten zoals cura, Kopuz- baglama, davul, ud, keman (kemenche), duduk, en natuurlijk ukelele. In alle nummers ademt de Koerdische traditie; zeker in de ritmische begeleiding. Maar juist de ‘touch’ van een elektrische gitaar, een snorrende bas, een klarinet  en een ingehouden drumbegeleiding maakt alles heel erg 2020. Nergens ruig, maar wel afwisselend; folkpop richting chanson zou ik het noemen. En toch: qua melodie en stemfrasering ademt alles Balkan ‘folk culture’.
Het achtste nummer, Dicim, dicim (ik ga) heeft een soort gitaarstevigheid, zonder gierend uit de bocht te gaan. Naarmate de cd vordert valt het op dat Rewsan toch een eigen, karakteristiek timbre heeft in haar stem. Omdat ze ook viool speelt en er ook een kemanche speler meedoet én ook nog een violoncelle in het spel meedoet, speelt de strijkpartij in sommige stukken wel een belangrijke rol zonder echt dominant te zijn.
Al met al een genoeglijk album. Niet puur folkloristisch, maar uitstekend om ’s morgens rustig in de realiteit te komen, na een lange drukke avond. Een mooi album om vaker te draaien.

Rewsan – Tov (CK Music Productions)