Wieringa Wikt en Weegt: vrijheid en muziek

In een vlaag van nostalgie in corona tijd – waar alle tijd voor is, maar wat me niet vaak overmande – zette ik die oude DVD van Tsa-Ier op. De volksdans had ik nog maar net (letterlijk) onder de knie, toen iemand mij vroeg voor zoiets als een folkloristische demonstratiegroep (al eerder en vaker gememoreerd). Een vriend van onze demogroep was muzikant Marco met draailier en accordeon. Als wij ergens optraden dan formeerde hij, met wat muzikantenvrienden, het Tsa-Ier begeleidingsorkest, een kwartet die onze Balkan dansdeunen konden spelen voor onze Servische, Albanese en ook  Israëlische dansseries.

Maar Marco was vooral ook geïnteresseerd in onze eigen Nederlandse danstradities en Hollandse folklore in het algemeen. Op een avond kwam hij naar onze oefenruimte. “Ik ben al maanden bezig met het verzamelen van pinkstergebruiken door heel Nederland en zou dit graag in een danschoreografie willen zien als podiumact, om zo deze typisch Hollandse danstradities te laten zien”.
“Jullie treden overal op dus willen jullie mij helpen?” Onze dansleider maakte ook onze choreografische Balkan danssetjes, maar was duidelijk niet bezig met – in zijn beleving – ’tuttig Hollands’. “Nee Marco, ik ben niet geïnteresseerd in jou ouwe meuk”. “Wij gaan géén Hollandse dansjes doen, dat wil ik niet”, was zijn duidelijke afwijzing. Maar wij, dansers en vrienden van Marco dachten daar toch anders over. “Ik wil wel kijken of ik er iets mee kan en Erna denkt ook wel mee”, zei ik. “Jullie kunnen dat niet” riep onze dansleider. “Maar wij gaan het wél proberen” riepen we stug terug. En zo begon de onverwachtse aftocht richting “uitgang” van onze dansleider, die een inschattingsfout maakte en langzaamaan danslijder werd, die periode dat hij zijn dansgroep kwijtraakte. Zonder hem bleef zijn dansgroep tóch bij elkaar en elke week probeerden we de pinksterdansjes en choreografie delen uit, Marco, Erna en ik. Erna en ik bedachten deze bij Erna thuis. Marco had door het hele land, in stadsarchieven en streekmusea, een schat aan materiaal verzameld. Verhalen, manuscripten, bladmuziek en flarden dansnotaties.


De opdracht van Marco voor Erna en mij was om vooral de pinksterrituelen intact te houden, volgens de geschreven informatie die Marco had verzameld. Er was genoeg bladmuziek die in de loop der eeuwen was neergepend en bewaar in musea en elders. Maar weinig dansbeschrijvingen, dus de dansen moesten we zélf verzinnen op die muziek, in de sfeer van die vervlogen tijden. In die periode kwamen we elke week met ons tweetjes (en soms met Marco) bij elkaar en in die ‘flow’ met kleine steentjes op de vloer (die de dansers voorstelden) ontwikkelden wij dansen en schreven onze bevindingen op de dinsdag neer. Op Donderdagavond probeerden we deze ideetjes uit bij de dansers en danseressen van Tsa-Ier. Soms moesten we terug naar de “tekentafel” bij Erna omdat ons ideetje er ‘in het echt’ niet zo fraai uitzag of niet lekker danste. Met het bekende ‘vallen en opstaan’ ontstond er een mooie, half uur durende, dans en show potpourri met traditioneel vaderlandse melodietjes die met Pinksteren te maken hadden. Met min of meer bestaande, en voor deze authentieke muziek gemaakte dansen, uitgevoerd in historisch folkloristische pinksterdracht uit diverse gebieden van ons land.

11 Mei 1980: Op een festival in Graz, Oostenrijk werd deze Hollandse pinksterserie voor het eerst officieel opgevoerd, met een mooie muzikale begeleidingsgroep van redelijk bekende muzikanten binnen de volksdanswereld. Er was destijds ook een Roemeense dansgroep uitgenodigd door het festival; een grote groep van zeker 12 dansparen, die een perfect dansspektakel deed, maar angstvallig door hun eigen militaire begeleiders met dwang weg werd gehouden van het publiek na hun dansshow. De dansgroep werd hun bus ingedreven, bang dat iemand naar het vrije westen zou ontsnappen. Vlak voordat de bus vertrok naar hun hotel speelde onze Klarinettist een Roemeense Sirba deun. Spontaan deed onze Accordeonist mee en na wat duwen en trekken stonden er Roemeense muzikanten bij ons orkest mee te spelen, stroomde de bus leeg en had ik een Roemeense schone in mijn armen op die ‘dansvloer’- straat. De Roemeense leiding hapte naar adem door onze muzikale verbroederingactie. Zó had de grote roerganger Ceausescu het uitstapje naar het vrije westen niet bedoeld. En zo hadden we een klein uurtje lang ons eigen feestje met Roemenië georganiseerd. In vrijheid en door muziek!

Na dat festival voelde ik de drang naar een nieuwe dansgroep. De pinksterserie werd zonder mij vastgelegd op DVD als fijne herinnering. En ja, soms kijk ik nog wel eens terug, maar niet zó vaak. Het ‘nu’ geeft nog genoeg afleiding in mijn leven. Deze mooie weemoedige toon naar wat ‘was’ vind ik ook terug bij de laatste cd’s van Mary Chapin Carpenter, die jaren aan mij voorbij gingen, totdat ik een paar jaar geleden haar album Sometimes just the sky in onze plaatselijke Bieb tegenkwam. Die maakte een geweldige indruk op mij.
Wat haar betreft heb ik jaren onder een steen geleefd, want we zijn met haar 2020 album toe aan haar 16e product, las ik ergens. The dirt and the stars is qua sound iets ‘aardser’ dan Sometimes… maar minstens zo’n boeiende Amerikaanse softfolk(pop) cd. In medium tempo en vol van weemoed. Soms een zachte verstilling zoals in Old D- 35 en daarna een haast ‘Direstraits-achtige’ gitaarsound in American stooge met een lang en swingend outtro. Om daarna weer met een fluisterstem Where the beauty is te zingen en dan heerlijk aan te zwellen bij Nocturne.

Misschien druipt de meeste weemoed er wel vanaf bij Asking for a friend, maar alles gaat diep. Mooi mandolinespel van Ethan Jones vind je bij Everybody’s got something, een gevoelige aanloop naar de geweldige slotsong en titeltrack The dirt and the stars, een herinnering aan het ook al fijne Stones nummer Wild horses, dat op haar cd eindigt in een geweldige elektrische gitaar instrumental. Gauw opnieuw opzetten, want Mary werkt verslavend en ook het begin is qua tekst boeiend. Een terugblik naar haar tienertijd in: Farther along and further in, het optimistische It’s OK to be sad met dito uptempo ritme binnen dit toch rustige album. De vijf steunpilaren van klasse begeleiders brengen een mooi afwisselend geluid. All broken hearts break differently, de titel zegt het al en wordt hier dan ook met een berustende tekst opgevoerd.
De meeste stukken overschrijden ruim de vijf minuten, dus alle tijd om te genieten van het gebodene. De productie is van de eerdergenoemde Ethan Jones en dat heeft hij mooi gedaan.