Willem Wilmink – De biografie

In de man zit nog een jongen – de biografie
(ISBN 9789038806112)

Er werd al lang naar uitgekeken, maar nu is die er: de biografie ‘Willem Wilmink’ (1936-2003). Auteur van dit lijvig werk is, tot haar eigen verrassing, Elsbeth Etty geworden. Uitgever Vic van de Reijt heeft haar gevraagd om een serieuze, integrale literaire biografie te schrijven – want Wilmink verdient dat – omdat Willem Wilmink zelf de biografie over Henriette Roland Holst, door Etty geschreven en in 1996 uitgebracht, als een voorbeeld zag.
Elsbeth Etty heeft er haar tijd voor genomen en het resultaat van haar ruim opsporingswerk is een lijvig, ontroerend en verhelderend boek geworden over een der belangrijkste Nederlandse liedauteurs uit de laatste decennia van de vorige eeuw. Etty haalt heel wat getuigenissen aan van de ruim tachtig familieleden, vrienden en collega’s die ze interviewde. Ook kon ze gebruik maken van het privéarchief van Wilmink.
Hij was veel meer dan liedjesauteur. Wilmink herwerkte onder meer veel middeleeuwse literatuur. Een bewerking van de Carmina Burana werd ook muzikaal uitgevoerd en op cd gezet onder leiding van Frank Deiman. Deze Deiman speelde een belangrijke rol in de periode dat Wilmink zelf als zanger en accordeonist optrad met de begeleidingsgroep Quasimodo. Na de tijd met Quasimodo bleef Deiman Wilmink begeleiden, samen met Karel Bosman. Het optreden in theaters gebeurde in de laatste periode van Wilminks leven.
Etty deelt in haar boek Wilminks leven in in vijf periodes: zijn kindertijd en jeugd in Enschede, zijn studententijd en beginnend schrijverschap in Amsterdam, zijn huwelijk met Noortje Smits die hem twee zonen schonk, zijn tweede huwelijk met Wobke Moll-Klein die twee dochters had en de laatste twaalf jaar van zijn leven die hij, samen met zijn zorgende toeverlaat Wobke, terug in Enschede doorbracht. Het was in die periode dat hij zeer bevriend was met de Twentse cabaretier Herman Finkers.
Het boek verhaalt uitvoerig zijn activiteit als liedjesauteur, vooral voor de kinder- en jeugdprogramma’s op de televisie: De Stratemakeropzeeeshow, J.J. de Bom en natuurlijk De film van Ome Willem met het overbekende Deze vuist op deze vuist. Ook zijn schrijverschap voor cabaret, beginnend met het studentencabaret ‘La Pie Qui Chante’ en later ‘Don Quishocking’. Zowel als docent aan het Instituut voor Neerlandistiek als later aan de Amsterdamse Akademie voor Kleinkunst zag hij veel aankomend cabarettalent onder zijn studenten. Ivo de Wijs, Freek de Jonge, Jacques Klöters, Arthur Japin zijn er enkele van. Ook Hans Dorrestijn en Joost Prinsen met wie hij veel samenwerkte voor televisie. Zijn vriendschappelijke verhouding met Harry Bannink en zijn vrouw Jenny komt uitvoerig aan bod. Bannink zette de meeste van zijn liedjes op muziek.
Elsbeth Etty gaat in haar biografie zeker de mens Wilmink niet uit de weg. Je leest over een moeilijke man met een zeer opvliegend tot koleriek karakter, een man ook die zich, zelfs na een doctoraal proefschrift over de dichter Hendrik de Vries, steeds minderwaardig en onvoldoende erkend voelde. Reeds in zijn lagere schooltijd voelde hij zich niet bij de groep horen en dat gevoel droeg hij zijn hele leven mee. Zelf zei hij vaak dat hij een jongetje van elf gebleven was. Vandaar dat de auteur de biografie de titel meegaf In de man zit nog een jongen.
Liefhebbers van Wilminks werk zullen aan deze biografie een leerrijke en uiterst aangename lectuur hebben. Met één iets had ik moeite, namelijk dat zijn zonen Wilminks beroemdste lied Frekie dat ikzelf ook tot zijn beste reken, ‘een overschatte draak’ noemen. Etty sluit deze biografie mooi en passend af met een tekst die het hondje Tommy uit Sesamstraat vertolkte: Dood zijn duurt zo lang.