Wouter Vandenabeele & Tom Theuns – Chansons pour les oiseaux qui ne savent pas voler

Chansons pour les oiseaux qui ne savent pas voler
(Homerecords, 444 6242)

Voor Wouter Vandenabeele (viool) werd het hoog tijd om een nieuw (vierde) hoofdstuk te breien aan zijn thematische cyclus rond (instrumentaal) chanson. Het in het booklet ingesloten gedicht ‘Wanneer vogels niet meer vliegen?’ van Geert Tavernier kon hierbij wel eens een wat mysterieuze leidraad geweest zijn.
Wouter zocht in eerste instantie andermaal aansluiting bij zijn muzikale partner waar het ooit allemaal mee begon met Ambrozijn, Tom Theuns (gitaar, mandocello en zang). Liederen zonder woorden dus, bestaande uit een aantal dromerige composities van hemzelf, doorweven met mazurka-ritmes (waarmee Wouter de beklimming van de ruwe Etna aanvat), Bretoense gavottes, vibraties uit de Balkan en aansluitende mediterrane gebieden, met af en toe een Afrikaanse kruiding door gast Bao Sissoko (kora), zijn zielsverwant bij Tamala.
Verder wordt alles doorspekt met vrij exuberante improvisaties en steeds wisselende dialogen waarin de twee protagonisten afwisselend het voortouw nemen.

Opnieuw een ideale gelegenheid om te genieten van het levendige vioolspel van Wouter, waarbij hij zijn snaren laat zingen vanuit een aanstekelijke melancholie, reeds onmiddellijk present bij zijn opener Chanson pour la nuit qui n’a pas de temps, waarin hij dialogeert met de viool en viola d’amore van Aurelie Dorzée. Gelijkaardige nostalgische sferen ontmoeten we in een schilderijtje dat ze ontleenden aan Francesco Cavalli (1643) en in Tom’s Impromptu d’un presque oiseau, waarin Bao een eerste keer zijn harpsnaren laat aanleunen.
Voor de insider wordt het autobiografisch in Wouter’s Le Flamand brut, verwijzend naar een even in crescendo gaand dispuut, en de Balkan niet veraf is. Bretagne komt dichterbij in de aan Edwin Vanvinckenroye ontleende andro, waarin Wouter in de aanzet heel iele einders opzoekt op zijn viool, en in de afsluitende, door Tom bewerkte set traditionele potige ridées, waarin heel verrassend alle registers opengegooid worden in een, mee door zijn stem gedragen, catharis.
Beleef mee de tristesse rond Wouter’s Le café perdu en heradem wanneer Bao zijn integere bijdrage levert met zijn Les oiseaux d’ailleurs en in Wouter’s ‘La rencontre des oiseaux après le diner’. Voorts wacht ons, niet in het minst door de gordijnen van pizzicato’s een lichtvoetige interpretatie van Rolland Martinez’ Mouchti en een snelle, wervelende Valse pour Eleni.

Ze balanceren voortdurend tussen oud en nieuw, flirten dansend tussen pure kracht en vooral ook intimistische, tedere verfijning in een saudade dansend naar een plek in het onbewuste, die tijdens het werken aan dit album nog versterkt werd door het gevoel opgesloten te zitten tijdens de lockdowns. Als vogels die niet mogen vliegen naar verre landen en er enkel nog dromend over kunnen zingen.