WoWaKin – Kraj za miastem

Kraj za miastem
(Baba Sound Studio, www.wowakin.pl)

Pas in 2016 wordt dit trio opgericht (de naam is een acroniem van hun voornamen), nu reeds wordt het als een van de exponenten van de Poolse ‘new tradition’ beschouwd. Paula Kinaszewska (zang, viool), die zowel thuis is in de traditionele als in de hedendaagse muziek, de klassiek geschoolde Mateusz Wachowiak (accordeon, meerbepaald de Poolse drierijer, zang, componist) en de ook in de jazz gepekelde Bartlomiej Wozniak (banjolele, baraban, percussie, harmonica, sounddesigner,…) brengen hun kennis (die ze voor een groot deel opstaken door veldwerk te verrichten bij de oude muzikanten in de dorpen) samen om een eigen blik te werpen op de Poolse dansmuziek, en die wortels nieuwe impulsen te geven.
Hieruit scheppen ze een atmosfeer die dansers tot trance voert, niet in het minst door de inbreng van heel inventieve, vaak open eindigende improvisaties die ze enten op een dynamisch repertoire van mazurka’s, oberkas, polkas, kuyaviaks, foxtrots, Poolse tangos, meestal uit de regios Radom, Kielce en Sanniki. Hierbij sluit hun idiomatische swing perfect aan bij wat deze muziek vraagt. Heel vaak grenst de intensiteit van viool en percussie in de mazurka’s aan de waanzin. Vaak neemt het auditief geweld net geen cabareteske vormen aan, en blijft alles net onder controle. Verspreid doet een enkele gast zijn opwachting, zoals Patrycja Kuczynska al meteen in de openingsmazurka Zemsta bogusza, waar ze de baslijn komt versterken op een aan de cello verwante basolia.
Aan punch met toegevoegde waarde ontbreekt het zeker ook niet in de Ober od Wienniawy, mede door de inbreng van trompettist Kazik Nikiewics. Veel subtieler, niet in het minst door de inbreng van de banjolele, zijn de eerste verzen van het lied Lec glosie po rosie (‘Vlieg mijn stem over de dauw’). Paula leerde de stiel van het zingen vooral via Maria Siwiec, die we hier zelf kunnen genieten op Oj kogo ja kochalam (‘Oh, wie had ik lief?’), een moment van pure soberheid, enkel begeleid door de viool van Paula. Vooral hier komen we in het spanningsveld tussen verdriet en verlangen. Ook de polka W nocy o pólnocy (”s nachts om middernacht’) deelt in up tempo het thema van de ‘onwillige’ geliefde.
Een ander rustmoment breekt aan wanneer er ook plaats is voor een a capella ingezet wiegelied, dat vervolgens gekoppeld wordt aan een set obers, die ons terug wakkerschudden. En met de foxtrot Slolfox van Piotr Sikora voeren ze ons even terug naar de tijd van de slapstickcomedy, een gevoel dat versterkt wordt door de kazoo-inbreng van Wozniak. Hij brengt ons vervolgens met Kujawiak figurskiego de wijsheid bij dat wanneer je beslist te trouwen je automatisch met een vrouw zit. En hun afsluitende uptempo mazurka Bunk (‘de hommel’) moet uiteraard nauwelijks onderdoen voor de gelijkaardige evocatie van Rimsky-Korsakov, waar het vingervlugheid betreft.
Uiteindelijk klinken ze behoorlijk wat breder, voller en krachtiger dan een triobezetting zou laten vermoeden. De dansritmes die ze verkennen kunnen wat ongewoon klinken voor de purist, omwille van het turbotempo dat ze erin stoppen. Toch blijven ze zich bewegen binnen de traditie. De percussie lijkt soms te crashen, viool en accordeon gieren in de bochten, maar ze sturen loepzuiver. Hierop dansen levert enkel positieve energie.