Zijn de kleine folkpodia overbodig?

Eind juni valt binnen de cultuursector het definitieve nieuws in de bus over al dan niet ontvangen van structurele subsidies. Wij zijn benieuwd of het beleid ruimte maakt voor kleinere podia buiten de grootsteden, cultuur die van   onderuit opleeft, van tussen de mensen komt. Binnen de folksector is de vrees groot dat een levendig muziekgenre onderuit wordt gehaald indien de preadviezen van de Beoordelingscommissie Muziek gevolgd worden.

Vandaag is de folkwereld in Vlaanderen meer en meer geprofessionaliseerd. Dit is te danken aan een gestage opbouw van onderuit in de voorbije 10 jaar. Niet van bovenaf georganiseerd in vaste, grote structuren waarbinnen muzikanten en publiek zich moeten inpassen. Neen, alle initiatieven zijn bottom-up gegroeid vanuit de muzikanten zelf en met steun van vele vrijwilligers. Deze ‘kleinere’ folkpodia nemen binnen het landschap een dermate unieke positie in dat het verdwijnen of verminderen ervan een onvoorstelbaar hiaat zou creëren. Door het wegvallen van subsidies voor kleinere folkpodia wordt een essentiële tussenstap voor veel muzikanten weggesneden. Dit betekent het einde van nieuwe ontdekkingen en misschien het verdwijnen van sommige genres. 

Diversiteit

De kleine clubs en podia creëerden een rijker folklandschap in Vlaanderen, door hun kleinschaligheid en eigenzinnigheid zorgden ze voor de culturele diversiteit waar we zo trots op mogen zijn. Deze podia geven aandacht aan de beginnende en individuele kunstenaars, hebben een sterke sociale component, bevorderen de participatie door hun laagdrempeligheid en bieden kwaliteit, getuige de vele reacties van publiek en muzikanten. Zijn dit geen ankerpunten   binnen het cultuurbeleid van onze huidige minister? Zal men inzien dat de trend naar grotere (lees grootstedelijke) gehelen, het belang van steeds meer publieksbereik, meer informatie en ja, voor een deel ook de veelbesproken ‘schottenloosheid’ het gevaar inhouden van een uniform cultuurconsumentisme? Muziek en cultuur als eenheidsworst.

De   paradox van de vernieuwing.

Wanneer het cultuurbeleid de nadruk gaat leggen op het subsidiëren van actuele, hedendaagse of avant garde kunstvormen verhoogt de kans dat de kloof tussen cultuurparticipanten en diegenen die (nog) niet participeren steeds groter wordt. Muziek en cultuur in het algemeen is niet het prerogatief van ‘kenners’ of ervaren cultuurparticipanten, het is het recht van iedereen. De podia waarover we spreken zijn katalysatoren van cultuur. Zij zorgen mee voor de toeleiding van het publiek naar de ‘grote’ cultuurhuizen, en dragen bij tot meer culturele competentie.

Moet men binnen de folk dan niet vernieuwen? Natuurlijk wel. Een traditie kan niet onbeperkt blijven bestaan als ze ongewijzigd blijft. Voorwaarde voor vernieuwing is wel dat men de traditie kent. Kom kijken en luisteren hoe jonge muzikanten op een nieuwe manier traditionele muziek spelen, niet reproduceren maar het repertoire hertalen. Hier is allesbehalve sprake van oubolligheid of populisme!

We reageren vandaag niet als individuele organisaties maar namens de gehele folkwereld. We roepen dan ook iedereen op om te reageren op www.folkpodia.be.

 Filip   Verneert
 
Directeur   Muziekmozaïek Folk & Jazz

Dirk   Van der Speeten
 
Coördinator   Muziekclub  ‘t Ey

Melanie   Scheys
 
Artistiek leider   Muziekcentrum Dranouter

Reinout   Keymolen
 
Coördinator Klein   Muziekcentrum ‘t Smiske 

 lezersbrief