Zjef Vanuytsel

Een “Ouwe Makker” is terug

Het voorbije jaar zal wel een bijzonder jaar zijn voor de Vlaamse chansonnier Zjef Vanuytsel. In het voorjaar bracht zijn vroegere platenfirma een box uit met de cd-uitgave van zijn vijf lang­spelers, vol gezongen tussen 1970 en 1983, met daar bovenop een dvd met opnames van de BRT. Na het horen van een demo met een aantal nieuwe ­liedjes was diezelfde uitgever meteen bereid ook zijn geplande nieuwe plaat uit te brengen. De nieuwe cd Ouwe Makkers ligt sinds 23 november in de winkels. En ondertussen toert Vanuytsel, nog tot 28 maart, met een vrij uitgebreide begeleidingsgroep door Vlaanderen. Er is één optreden in het Nederlandse Goirle gepland op 1 maart. In het najaar wordt de tournee voortgezet. Het was al sinds 1983 dat Vanuytsel niet meer optrad. Hij besloot toen een architectuurbureau te starten want het artiestenleven met Neder­landse liedjes gaf onvoldoende zekerheid aan het jonge gezin. Enkel in de zomerperiode, wanneer bouwwerken wegens vakantie stil liggen, trad hij sinds enkele jaren nog eens op. Maar daar is nu die weg terug naar het chanson.

Blijkbaar onaangekondigd in de pers verscheen die box met alle vijf je lp’s op cd gezet. Hoe is die onverwachte uitgave er gekomen?
Die was niet zo onverwacht. Reeds enkele jaren geleden werd daaraan gedacht. Bij een optreden tijdens ‘Boterhammen in de stad’, het jaarlijks zomerfestival georganiseerd door de Ancienne Belgique in Brussel, leek de belangstelling nog erg groot voor mijn liedjes. En er waren mensen van alle leeftijden. Maar platen van mij waren niet meer beschikbaar. Het was Jari Demeulemeester van de AB die met het idee kwam om de lp’s op cd uit te brengen. Hij kon de mensen van de platenmaatschappij overtuigen om met het materiaal dat ze in hun bezit hadden iets te ondernemen. Die schat aan liederen mocht toch niet op de zolder van Universal blijven liggen. Er werd iemand aangesteld om dat voorstel uit te werken. Maar tussen die beslissing en de volledige afwerking van de box ligt er zowat drie jaar. Ik ben er mezelf ook echt gaan achter zetten om er iets waardevols van te maken. Een verzorgd boekje zou een aantal geruchten over mijn verleden in de juiste context plaatsen. Mijn zoon Sam, die geschiedenis heeft gestudeerd, heeft artikelen en foto’s samen gezocht om zo het correcte verhaal van mijn zangcarrière te kunnen schrijven. Met die gegevens maakte hij, samen met Jan Van Hemeledonck die de eindtekst schreef, een naar mijn gevoel mooi inlegboekje voor de cd-box.

Hoe ben je chansonnier geworden? Hebben voorbeelden je geïnspireerd?
Ik ben eigenlijk spontaan beginnen zingen. Op het internaat op het college mocht ik acteren op het toneel. En op feestjes bleek ik goed te kunnen improviseren. Ik zong toen af en toe ook een blues of jazznummer, maar vond het ook leuk om zelf liedjes te gaan schrijven. Ik werd erg aangesproken door de teksten van Jacques Brel en die van Jaap Fischer. Bij Brel was het de manier waarop hij het leven bezong, bij Fischer was het de ironie die in zijn teksten steekt die mij aanspraken. Ik heb die twee zaken ook in mijn liedjes gebracht.

In mijn studententijd herleefde duidelijk de interesse voor Nederlandstalige liedjes. Meerdere jongeren waren creatief op dat vlak. Philips had de idee om een lp te maken met een verzameling van deze jonge chansonniers. Na het horen van mijn liedjes zagen ze er ook figuurlijk muziek in om een plaat met liedjes van mezelf uit te brengen. Ik tekende een contract met de firma terwijl ik nog student was. Maar de plaat zelf was pas enkele jaren later klaar. Ik moest nog een aantal liedjes schrijven om een plaat vol te zingen en ik herinner me nog goed dat de opnames plaatsvonden net voor het einde van mijn studies. Het was tussen de eindexamens die in april 1970 plaats vonden en het indienen van het eindproject als architectuurstudent. Het succes was zodanig groot dat zanger mijn beroep werd en dat het diploma in de schuif bleef liggen.

Ik denk dat jij de eerste Vlaamse chansonnier was die met zoveel muzikanten werkte en de rol van een producer zo hoog inschatte.
Ik geloof dat dit klopt. Ik zocht naar een eigen taal voor mijn liedjes. En muzikaal hadden wij toen niet de mogelijkheden die er nu zijn om zich onder te dompelen in verschillende muziekstijlen. Een platendraaiertje was al een luxe. En muzikaal waren we ook niet zo geschoold als de jonge muzikanten nu zijn. Het was een zoeken naar een klank die een gepaste, bredere muzikale begeleiding zou geven bij de tekst. Een producer en arrangeur waren hierbij zeker welkom. En het resultaat werd duidelijk geapprecieerd door het publiek. Spoedig waren er 25.000 exemplaren van de lp verkocht en werd ik overal gevraagd voor optredens. Uiteindelijk zijn er van die lp De Zotte Morgen ruim 100.000 verkocht.

Bij een eerste beluistering van de nieuwe cd Ouwe Makkers hoorde ik de Vanuytsel van een kwarteeuw geleden die dezelfde thema’s bezingt. Klopt dat?
De thema’s zijn maar gedeeltelijk gebleven, er zit toch ook heel wat anders in. Je kan niet zeggen dat ik bijvoorbeeld Mijn andere ik of Schone schijn of het nummer over het scheiden van vele paartjes tegenwoordig, Als je denkt dat ik je mis, ooit bezong. Ook de thematiek van Lief en leed en In de sterren en zeker van Gevoelige jongen heb ik vroeger nooit verwoord. Ik heb al een lang leven achter mij wat een andere invalshoek geeft. Dat merk je ook in Stil in de Kempen over het afscheid nemen van je ouders. Alleen zit er misschien wat weemoed in mijn liedjes en natuurlijk zijn mijn manier van zingen en mijn stem zoals vroeger.

Voor de nieuwe cd heb ik gedeeltelijk puur chanson willen ­schrijven. Maar er zit ook wat blues en wat uptempo in. Ik zuiverde wel mijn teksten uit, zodat ik met een minimum aan juiste woorden neerschreef wat ik bedoelde. De teksten zijn een spel tussen ironie en emotie, gevoelens. Ik ben nogal tevreden over de nummers die ik nu heb afgeleverd. Ze klinken meer doorleefd dan vroeger, de ervaring van het leven klinkt er in door. Voor de melodie ben ik vertrokken van de gitaar, maar wilde de muziek daarna meer ruimte geven, naar een ruimere dimensie tillen. Een vioolkwartet kan zo wonderen doen bij bepaalde liederen. En die vier violen spelen ook mee bij de concerten. We staan in totaal met tien man op het podium. Sommigen speelden al met mij tijdens de lp-periode, zoals Chris Peeters (gitaar), Jan Cuyvers (drums) en Jan Hulsens (bas). Maar ik heb ook schitterende jongere muzikanten, zoals Mike Smeulders op accordeon, Jo Hermans op trompet en Tom Van Stiphout op bas en mandoline, om er maar enkele te noemen.

Zachte nummers wissel ik af met up-tempo nummers. De elf nieuwe chansons worden tussen oude nummers door gespeeld. Het is erg leuk met zo’n groep op te kunnen treden. Die nieuwe cd en tournee zijn voor mij geen financiële zaak, het moet voor mij emotioneel de moeite waard zijn. En het is echt fantastisch voor uitverkochte of bijna volle zalen te mogen spelen met een publiek dat bestaat uit alle leeftijden. Meestal jonger dan ik, ik ben de zestig voorbij. Er komen ook aardig wat twintigers naar de concerten. Dat geeft een goed gevoel. En tussendoor proberen we al eens een nummer uit dat niet op de cd staat. Ik zal er vast nog enkele nieuwe afwerken voor de festivals en openluchtconcerten in de zomer.

Als openingsnummer herneem je een chanson van je tweede lp, Als je zo maar weg zou gaan, maar je herwerkte het grondig. In die nieuwe versie moest ik meteen aan Brel denken en meer bepaald aan zijn Chanson des vieux amants. Het beschrijft heel sterk die liefde van vele jaren.

Er steekt inderdaad een Breliaanse tint in dat lied. De liefde tussen mensen is ook een sterk emotioneel thema. Ik heb nu ook een lied rond echtscheiding geschreven omdat dat vandaag tot het leven van alle families behoort. In Als je denkt dat ik je mis bezing ik het thema met enige spot en ironie. Als je zomaar weg zou gaanis een mooie tegenhanger over een blijvende relatie, maar toch altijd wijzende op de broosheid ervan.

Een ander thema dat terugkomt is het dorp, je geboortestreek.
Ik heb nooit een lied over de Kempen geschreven, geen heimatlied. Wel over leven in een landelijk dorp. In Stil in de Kempen blik ik terug op mijn jeugd en mijn thuis. Je raakt vervreemd van je geboortestreek maar toch blijft ze in je steken. Bij de begrafenissen van mijn ouders ervoer ik dat heel sterk. Het dorp waar ik opgroeide, de mensen die ik er ken, het zit nog allemaal in mij. Het is een lied dat veel mensen herkennen en dat hen heel emotioneel aanspreekt.

Ook de protestzanger uit 1968 en volgende jaren hoor ik terug in Schone Schijn.
Jaja, die is niet verdwenen. Maar het is toch godgeklaagd hoe gebakken lucht vandaag de dag meer aandacht krijgt in de media en dus ook bij de kijkers, luisteraars en lezers dan de werkelijk belangrijke zaken en mensen in de maatschappij. En wees gerust, er volgen zeker nog een aantal dergelijke chansons. Er zijn nog heel veel toffe thema’s om aan te kaarten in een lied.

Tederheid lijkt me een van de kerngevoelens in je werk. Het was ook al de titel van je laatste lp.
Emoties kan en wil ik inderdaad helder en klaar uitdrukken. Maar ik wil meligheid vermijden. Tederheid is fantastisch als het echt is. Als ik daarover schrijf, dan komt het ook echt uit mezelf.

Ben je, na meer dan twintig jaar, niet verrast geweest door de grote veranderingen in de technische mogelijkheden, zowel in de studio als op het podium?
Er is inderdaad enorm veel gewijzigd. Zingen op een podium is nu veel leuker. De mix die ik op het podium hoor geeft me full-control op wat er in de zaal gebeurt. Het is wonderlijk. Vroeger moest je het stellen met de klank uit de boxen in de zaal en dat gaf op het podium helemaal niet weer hoe het publiek het hoorde. En de enkele monitoren die er in die tijd stilaan bijkwamen waren in niets te vergelijken met wat nu kan. Ook in de studio zijn de mogelijkheden enorm toegenomen. Maar ik ben toch blij dat we die niet al te veel gebruikt hebben. De producer wilde mijn stem zoals ze nu natuurlijk klinkt, wat doffer en dieper dan vroeger. Nagalm, zoals nu vaak gebruikt wordt, is er niet bij. Gevoelige jongen hebben we ingespeeld zoals we het live ook brengen. Van dat nummer heb ikzelf de productie gedaan. Voor de overige nummers was de jonge Jo Francken producer. Er werden elf nummers gekozen uit meerdere die ik klaar had. De lust om liedjes te schrijven is duidelijk teruggekeerd.

Discografie:
Zjef Vanuytsel (5cd + dvd/Universal 1730805)
Ouwe Makkers (Universal 1753859)

© Dit artikel verscheen eerder in New Folk Sounds 115 (februari/maart 2008) en wordt in het kader van de folkcanon opnieuw gepubliceerd.

Tags:,